Watercyclus

  1. Home
  2. /Watermanagement
  3. /Introductie
  4. /Watercyclus

Vrijwel iedereen heeft wel eens van de "watercyclus" gehoord. Zo'n 2/3 van al het water op aarde bevindt zich in de zeeën en oceanen. De zeeën en oceanen zijn dan ook de belangrijkste bron van waterdamp wat boven in de atmosfeer tot wolken condenseert. Het water keert weer terug naar de aarde in vloeibare (regen) of vaste vorm (sneeuw en hagel). Daar komt het terecht in een stroomgebied wat het water via rivieren weer afvoert naar zee. Afhankelijk van de ondergrond, en de hellingshoek (het verhang) neemt de rivier een vorm aan. Soms zijn het vele kleine stroompjes naast elkaar die regelmatig van plaats veranderen (wevende rivier) of is de rivier een brede stroom die door het landschap kronkelt (meanderende rivier). Uiteindelijk mondt de rivier in zee uit (het estuarium).

de watercyclus grafisch weergegeven

Tijdens de afvoer van land naar zee gaat het water allerlei interacties aan met de ondergrond. Deels zakt het water in de ondergrond waar het zeer langzaam richting zee beweegt. Het oppervlakte water erodeert de bodem en zet het geërodeerde materiaal als riviersediment weer op een andere plaats weer af. De beken en rivieren "kneden" zo als het ware het landschap (hydromorfodynamiek). Het hele stroomgebied, van de bergen tot aan de delta waarin de rivier in zee uitmondt, bestaat uit een aaneenschakeling van allerlei specifieke milieus, die wisselen in vochtgehalte, overstromingsfrequentie, voedingsstoffen etc. Het is deze veelzijdigheid in milieutypen die er voor zorgt dat er langs beken en rivieren een grote biodiversiteit kan ontstaan.

Stroomgebieden hebben van oudsher een grote aantrekkingskracht gehad op mensen. De rivieren en estuaria vormen een rijkdom aan voedsel, drinkwater en een natuurlijke transportas voor goederen en mensen. Naarmate de bevolkingsdichtheid toeneemt, ontstaat ook de behoefte om het stroomgebied optimaal te exploiteren. Menselijk ingrijpen in dichtbevolkte gebieden kan dan ook niet uitblijven.

Zo hebben in het stroomgebied van de Rijn en Maas een groot aantal ingrepen plaatsgevonden die we ook elders in min of meer vergelijkbare vorm terugvinden. De overstromingsvlakten van de rivieren en het getijdengebied werden ingedijkt en gedraineerd om het geschikt te maken voor landbouw en bewoning. Grote delen van het rivierentraject werden ten behoeve van de scheepvaart verdiept en rechtgemaakt (kanalisatie en regulatie). Dijken werden zo dicht mogelijk tegen de rivier aangelegd om het uiterwaardengebied te benutten voor landbouw en bewoning. Ook in de estuaria werden grote arealen getijdengebied ingepolderd. Het inpolderen was een traject van vallen en opstaan. Het water gaf maar nam ook.

Lees verder: Nederland