Plus bibliotheek Flevoland

Verslag oktober '11

  1. Home
  2. /Kenniscafé
  3. /Het KennisCafé in 2011
  4. /Verslag oktober '11

Sociale media zijn niet meer uit ons leven weg te denken

"Internet is eigenlijk een wondermiddel"

Tekst: Thijs Wartenbergh

Veel gebruikers van sociale media, zoals Twitter, Facebook, Hyves, YouTube en LinkedIn, maken geen verschil meer tussen de virtuele wereld of de echte, lokale wereld. Het duurt erg lang en kost een aanzienlijk bedrag om een filmpje, dat zonder jouw toestemming op YouTube is geplaatst, van internet te krijgen. De opgang van internet is als de ontwikkeling van de industriële revolutie, maar dan omgekeerd. Delen is het nieuwe vermenigvuldigen.

Het waren enige opvallende uitspraken die donderdag 27 oktober tijdens het Kenniscafé in de nieuwe bibliotheek uit de mond kwamen van drie deskundigen op het gebied van sociale media. Dat waren dr. Alexander Schouten, sinds kort universitair docent aan Tilburg University, Jan Posdijk, adviseur sociale media en prof. dr. Albert Benschop, 'cybersocioloog' bij de Universiteit van Amsterdam. Het drietal werd over het onderwerp aan de tand gevoeld door gespreksleider Peter van Schooten.

De afgelopen jaren hebben de sociale media de wereld overspoeld. Om een idee te krijgen over de omvang waarmee dit fenomeen in ons dagelijkse leven is binnengedrongen, en ook beheerst: Hyves kent in Nederland inmiddels 11 miljoen gebruikers en Facebook 8 miljoen, vertelde Schouten. Onder jongeren is het gebruik 100 procent, onder 65-plussers altijd nog 60 tot 65 procent en de leeftijdsgroep daartussen weet op dit gebied ook van wanten. Kortom, je bent bijna een uitzondering als je niet op een of andere manier iets van je laat horen, via een van deze communicatiemiddelen. Het liefst dagelijks, maar bij voorkeur een paar keer per dag. De diehards laten van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat merken dat ze er zijn.

Volgens Schouten, die onderzoek heeft gedaan naar sociale media en de impact die ze hebben op ons dagelijks doen en laten, is het gebruik ervan simpelweg een verlengstuk van de normale communicatie, praten dus. Het voordeel ervan is dat het snel gaat, je je netwerk ermee vergroot en dat personen die verlegen zijn in de directe omgang met anderen zich toch goed kunnen uiten en een vriendenkring opbouwen.

Het intensieve gebruik van sociale media door met name jongeren zorgt ervoor dat ze nauwelijks nog verschil maken tussen de virtuele wereld en de echte, lokale, wereld. Die zijn met elkaar vervlochten. “Wat de telefoon voor met name ouderen is als hét communicatiemiddel, zo is internet dat voor jongeren”, zegt Schouten.

Internet betekent ook: indruk willen maken op anderen. Je kunt in dit verband iets moois van jezelf vertellen. Je eigen ‘CV’ samenstellen. Dat heet ‘Online Impression Management’. Schouten: “Dat is natuurlijk wel leuk, maar een persoonlijk profiel kun je manipuleren, ‘opleuken’. Ik kijk dan met name naar de reacties die er komen op iemand. Dat zegt meer over zo’n persoon.”

De sociale media kunnen leiden tot nieuwe vriendengroepen, je kunt samen met anderen iets bereiken (bijvoorbeeld een petitie opstellen over de mogelijk uitzetting van Mauro), maar er zitten wel degelijk nadelen aan. Zoals het gegeven dat er zonder jouw toestemming filmpjes op YouTube worden gezet. Veelal ben je daarin het lijdend voorwerp. Probeer die beelden er dan maar eens af te krijgen. Dat kan een langdurige, en kostbare, zaak worden.

Nog een waarschuwing van de drie experts: let op wat je de wereld laat weten. Het merendeel van je berichten blijft voor altijd bewaard en kunnen, zo nodig (bijvoorbeeld bij een sollicitatie) tegen je gebruikt worden. Als een werkgever al googelend in je verleden duikt. Confronterende filmpjes, tijdens flinke zuippartijen, kunnen ook nog wel eens in je nadeel werken.

Bedrijven
Volgens Posdijk gebruiken grote bedrijven steeds vaker sociale media als communicatie-uiting. Van de 100 onderzochte bedrijven is 90 procent daar serieus mee bezig, negen van de tien dus. Ze zoeken contact met klanten, en ook potentiële klanten. Ze kijken op trefwoorden, hypotheek, woning, shoppen, en gaan daarbij na wie interesse zoekt in dat soort items. Die worden vervolgens benaderd, door hen te wijzen op een bepaald product of dienst. De ondernemingen hopen daarmee de relatie met de bestaande klant verstevigd te hebben en zo mogelijk een nieuwe aan de haak geslagen te hebben.

Je zou zeggen: dat is behoorlijk irritant. “Dat wil ik niet”, kan iemand zeggen. “Dat klopt”, aldus Posdijk. “Maar dan blokkeer je ze gewoon.” Volgens hem is het merendeel van de bedrijven niet slinks bezig. “Men toont zich transparant. Neem de situatie tussen Youp van ’t Hek en T-Mobile. Als je als bedrijf iets achterbaks doet, dan komt het toch wel uit.”

Volgens hem zijn oude media (krant, radio) en nieuwe (de Twitters van deze wereld) complementair aan elkaar. De een kan niet zonder de ander. “Met zogenaamde oude media wijs je op de mogelijkheden van Twitter, het filmpje dat op YouTube van een product is gezet en attendeer je op de informatie die op de website te vinden is”, aldus Posdijk.

Is je privacy niet in het geding bij het gebruik van sociale media? Iedereen kan maar van alles van je lezen of zien. “Dat valt erg mee”, aldus Posdijk. “Je bepaalt zelf wat je op internet zet. Niemand verplicht je al te persoonlijke dingen, zoals je 06 of je adres, te vermelden.” Al met al, voegt hij eraan toe, zijn we met z’n allen informatie aan het delen. Ofwel: delen is het nieuwe vermenigvuldigen geworden.

Massafenomeen
Benschop was rond 1993, 1994 een van de eerste sociologen die de mogelijkheden van internet, dat zich zou gaan ontwikkelen tot massafenomeen, erkenden. Collega’s zeiden: “Internet wordt beheerst door porno. Daar moet je je niet mee inlaten. Daar liet ik me niet door weerhouden. Natuurlijk, er zaten, en zitten, negatieve kanten aan internet. Wat dat betreft is het net het echte leven, waarin ook van alles gebeurt. Maar er valt ook veel positiefs over te melden. Je kunt informatie uitwisselen, er ontstaan sociale netwerken, het heeft met name een eigen dynamiek.”

Het mooie van internet is, zegt Benschop, dat je stem, beeld en geluid kunt combineren. “Dat is geïntegreerd in één medium. Een rijkdom aan communicatie komt daarmee virtueel tot stand. Het is eigenlijk een wondermiddel.” Volgens hem kun je de impact van internet het beste vergelijken met de industriële revolutie. Maar dan omgekeerd. “Die had ook een enorme invloed. Maar daar gebeurde alles op één locatie, veelal de fabriek. Terwijl internet juist samenwerking op afstand is. Op elke plek ter wereld. Het is daarmee het omgekeerde van wat zich aan het eind van de 18e eeuw, met bijvoorbeeld de stoommachine, in beweging zette.”

Internet geeft ook een gevoel van nabijheid, laat hij verder weten. “Het creëert een gevoel van een aanwezigheid met anderen.” En, het is al gezegd, er zijn ook slechte dingen over te vertellen. Criminaliteit, kinderporno, elkaar voor alles en nog wat uitmaken: het speelt zich allemaal af op internet. “De virtuele wereld is een deel van de realiteit geworden”, meent hij. En, uiteraard, moeten kinderen al op jeugdige leeftijd gewezen worden op de gevaren van internet.

Aan het eind van het vraaggesprek maakt Benschop zich nog flink druk om, wat hij noemde, de balkanisering van de sociale media. “Ik bedoel daarmee dat de huidige sociale netwerken georganiseerd zijn als ommuurde kastelen waartussen geen uitwisseling van gegevens mogelijk is. Dit gebrek aan uitwisselbaarheid heeft ertoe geleid dat de sociale netwerken gefragmenteerd zijn. Telkens als er geprobeerd wordt om de uitwisseling tussen sociale netwerken mogelijk te maken, worden er door de commerciële eigenaars van die netwerken weer nieuw slotgrachten gegraven en nieuwe muren opgetrokken die het eigen netwerk moeten beschermen tegen vreemde invloeden.”

Catalogus

In de catalogus van de Plusbibliotheken vindt u een enorme collectie (populair) wetenschappelijke boeken en artikelen.

U kunt gevonden media zelf aanvragen en afhalen in uw eigen bibliotheek.

Volg het Kenniscafé op