Plus bibliotheek Flevoland

Verslag april '12

  1. Home
  2. /Kenniscafé
  3. /Het KennisCafé in 2012
  4. /Verslag april '12

Kenniscafé Almere: 'Religie maakt driekwart gelovigen gelukkig'

Webshoppen naar de zin van het leven

Thijs Wartenbergh

'Een religie is niet gewelddadig, mensen zijn dat'

Internet is een bazar; velen shoppen in deze winkeltjes, maken er een lappendeken van en zoeken wat bij hen persoonlijk past. Zo’n 60 procent van de Nederlanders gelooft in God. Je kunt zowel gelukkig als ongelukkig worden van religie. In conflicten wordt vaak de godsdienst erbij gehaald om zo'n strijd te simplificeren, maar dat maakt zo'n oorlog tevens gewelddadiger. Een religie is niet gewelddadig; de mens is dat.

Zo maar enkele grepen uit een boeiende discussieavond in Kenniscafé Almere, waarbij de vraag centraal stond of we gelukkig worden van religie: voor de één is religie en geloven het belangrijkste in het leven en voor de ander de bron van alle kwaad. Joke van Saane, universitair docent godsdienstwetenschappen bij de Vrije Universiteit Amsterdam, Lucien van Liere, universitair docent bij de faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit Utrecht en Albert Benschop, hoogleraar Mediastudies bij de Universiteit van Amsterdam, waren naar de eerste etage van de nieuwe bibliotheek gekomen om hun licht over dit onderwerp te laten schijnen. Peter van Schooten was daarbij, zoals altijd, de gespreksleider.

Houvast
Religie in de ‘oude’ vorm, met de kerk als middelpunt, heeft de afgelopen jaren aan kracht ingeboet. Geloven doen we echter nog steeds: 60 procent gelooft in God, 30 procent is aangesloten bij een of andere religieuze groepering en 10 procent gelooft absoluut niet in een hogere macht, is atheïst. Dat zei Van Saane. Ze gaf aan waarom mensen geloven, iets wat door onderzoek wordt gestaafd: mensen zoeken een perspectief in hun leven, houvast, absolute waarden. Je bent bovendien niet alleen, je voelt je deel van een sociale groep. In deze sociale context wordt aangegeven hoe je het beste kunt leven.
“Meestal wordt men daar gelukkiger van”, liet ze weten. “Deze mensen scoren hoog bij vragen over ‘geluk’. Het gaat daarbij om 75 procent. Bij de overige 25 procent is er geen sprake van een toenemend welbevinden, omdat men veelal al ongelukkig is. Het geloof kan dat niet repareren. De sociale controle wordt vaak als storend ervaren.” Waarom ze dan toch blijven geloven komt omdat deze groep vreest nóg ongelukkiger te worden als ze de geloofsgemeenschap de rug toekeert.
Die ‘schaduwkant’ van religie kan forse proporties aannemen. Uit onderzoek is gebleken dat calvinisten depressief, katholieken scrupuleus, joden manisch depressief en moslims schizofreen van het geloof kunnen worden. Van Saane meldde voorts dat gebedsgenezing ‘oneindig populair’ is. Veelal omdat de aanwezigen hopen op een wonder, een ingrijpen van God bij, vaak bij een ziekte. Aan het eind van het gesprek liet ze weten dat bijna alles – sport, kunst, natuur, spiritualiteit – onder zingeving valt. Zelfs een atheïst kan met een functionele opvatting over religie toch gelovig zijn. Van Saane besloot met: “het geloven in de hemel, de hel en wonderen neemt toe. Vooral jongeren geloven sterk”.  

Impuls
“Een religie is niet gewelddadig”, meende Van Liere. “Mensen zijn dat. Een religie kan wel een impuls geven aan een conflict. Het hangt er vaak als een kader omheen. Het religieus geweld op Ambon, als voorbeeld, zat veel complexer in elkaar dan de vermelding dat het om een ‘religieus conflict’ ging. Het aspect gedwongen migratie speelde een belangrijke rol. Het aspect ‘religie’ wordt er achter opgeplakt om het totaal te simplificeren. Het geeft mensen een taal om met een conflict om te gaan. Alles wordt daarmee gesimplificeerd, terwijl het geweld daardoor toeneemt en je tegelijkertijd weinig hoort over de werkelijke achtergronden. De religie heeft de neiging de oorzaak van een conflict toe te dekken.”
Van Liere wil daarmee aangeven dat religie in zo’n situatie alles verbreedt: iedere gelovige wordt erin meegesleurd. Als je niet meedoet, ben je een verrader. Hij ging verder in op de islam. “Deze religie heeft eigenlijk altijd al, als een soort culturele overlevering, in een kwaad daglicht gestaan. In de 7e eeuw opgekomen, werd het gezien als christelijke ketterij. Mohammed werd gezien als gewelddadig en een valse profeet. Dat alles zit in onze politieke verhalen.”
De kruistochten waren er een voorbeeld van: de christenen die vochten tegen de islamitische overheersing in het Heilige Land. “geweld is een menselijke eigenschap”, aldus Van Liere. “Wie zijn de actoren? Meestal worden de politieke verantwoordelijken of de economische spanningen zichtbaar. Veelal worden mensen meegezogen in een groepsdynamiek die ontstaat bij een conflict.”

Zinzoekers
Je kunt richtlijnen voor de manier waarop je moreel verantwoord moet leven vinden in het wekelijks naar de kerk gaan, maar er zijn ook heel veel mensen, zogeheten zinzoekers, die daarbij niet het geloof als leidraad nemen. Ze zoeken op het web naar een diepere betekenis van wie ze zijn, of zouden willen zijn. Ze willen vooral hun spirituele overtuigingen met anderen, gelijkgestemden, delen. Ze staan open voor allerlei impulsen.
Dat zei Benschop. “Deze mensen”, meende hij, “willen via internet groeperingen ontmoeten. Moderne zinzoekers zoeken alleen. Ze hebben veelal niet de traditie van streng opgevoed te zijn in een bepaald geloof. Ze voelen zich daardoor vrijer meerdere indrukken in zich op te nemen. Ze zien internet daarbij als een bazar, ze shoppen er en overdenken vervolgens wat hun voorkeur heeft. Dat kan de ene keer bij wijze van spreken het boeddhisme zijn, een andere keer weer wat anders.”
Dat switchen wordt veroorzaakt omdat ze iets zoeken wat ze zelf kunnen samenstellen. Dat assembleren is voor henzelf een coherent verhaal. Het is niet eenduidig, het heeft verschillende kleuren. Het is sterk geïndividualiseerd en voorlopig. Er is geen commitment. Wat later kan er weer iets anders opduiken. In deze virtuele wereld is er een ‘hiernaastmaals’, als variant op ‘hiernamaals’. Deze mensen zoeken vooral ook het interactief kunnen zijn, met anderen hun mening kunnen delen. Dat kan meestal niet als ze zondags naar de kerk gaan.
Met name ook omdat internet door deze mensen als een medium van nabijheid wordt gezien. Er is interactie. Je krijgt, zeggen ze, een gevoel van sociale nabijheid. Er is zelfs al een virtuele biechtstoelen, waar je – lekker anoniem – je zonden kunt opbiechten. De ontkerkelijking zet zich voort maar het bijzondere is dat deze zinzoekers door het bezig zijn op internet vaak actief worden in lokale geloofsgemeenschappen. Dat gebeurt beide. Enerzijds willen ze anoniem op het web contact hebben met anderen, en anderzijds hechten ze ook aan ‘gewone’ geloofsgemeenschappen.