Plus bibliotheek Flevoland

Verslag maart '11

  1. Home
  2. /Kenniscafé
  3. /Het KennisCafé in 2011
  4. /Verslag maart '11

Kenniscafé: 'Robots kunnen op termijn ouderen helpen' 

Tekst: Thijs Wartenbergh

'Nicotine veel verslavender dan cocaïne of heroïne'
Iemand die veel rook kan zo moeilijk van die verslaving afkomen omdat nicotine vele malen meer verslavend is dan opiaten als heroïne en cocaïne. Robots kunnen ouderen en dementerenden beter helpen dan we denken. In onze hersenen huizen maar liefst 100 miljard zenuwcellen en wetenschappers beoordelen op hun publicaties is niet de manier om iemand op zijn kwaliteiten in te schatten.

Het waren enige feiten die het kenniscafé in De Nieuwe Bibliotheek op donderdag 24 maart opleverde, toen er drie Almeerse wetenschappers (dr. Marcel Heerink, prof.dr.ir. Jos Spaan en prof.dr. Guus Smit) aanschoven bij gespreksleider Peter van Schooten. Het Bluesman Trio zorgde voor, tussen en na de gesprekken voor zeer aangename muziek. 


Sociale robot
“Je weet dat het een robot is, een apparaat, en toch wordt hij na enige tijd door ouderen gezien als een sociale entiteit. Die geaccepteerd wordt.” Die zei dr. Marcel Heerink, die onlangs promoveerde op het onderwerp, waar de acceptatie van robots door ouderen aan de orde kwam. Onder 200 ouderen is onderzocht hoe ze tegen het gezelschap van een robot, klein als een pop, aankijken. Met de toenemende vergrijzing en onvoldoende verzorgend personeel is het niet ondenkbaar dat we op den duur robot gebruiken om bepaalde taken bij ouderen te doen.
 

Zoals alarm slaan bij een ongeval in huis, iets uit de ijskast halen, een zwaar voorwerp kunnen tillen, signaleren als iemand zijn medicijnen moet innemen, adaptief zijn (kunnen begrijpen wanneer ze iets moeten doen). In met name Japan en Zuid-Korea zijn op dit gebied al vorderingen gemaakt. Uit het onderzoek kwam naar voren dat ouderen een mechanische hulp eerder aanvaarden als deze bijvoorbeeld de vorm van een kat heeft. Het apparaat moet juist niet teveel op een mens lijken, hooguit op een peuter. 

 
Hartklachten
Prof.dr.ir. Jos Spaan is hoogleraar medische fysica, verbonden aan het AMC in Amsterdam. Hij richt zich, simpel gezegd, op de stromingsleer: hoe het bloed door ons lichaam stroomt. Hij zorgt ervoor dat een cardioloog de juiste diagnose kan stellen indien zich iemand met hartklachten meldt. Bij een vernauwing van de kransslagaders bijvoorbeeld, iets wat via scans zichtbaar te maken is. En met name: is een situatie levensbedreigend of niet? Veel wordt zichtbaar bij een eenvoudige fietstest: krijgt een hart dan zuurstofgebrek of niet? 
 
 

Spaan legt zich toe op een functionele beoordeling van het hart. Hij krijgt de benodigde informatie door een heel dun draadje door de vernauwing te sturen. “Soms is het zelfs beter om de vernauwing niet te behandelen”, liet hij weten, als deze later toch weer terug komt. Hij werd fel toen hem gevraagd werd over het aantal publicaties dat een wetenschapper moet verzorgen, wil hij in de picture blijven en wil er over hem/haar gesproken worden. “Het gaat mijns inziens teveel om een getalsmatige benadering. Hoeveel publiceer jij? Ik heb daar een hekel aan. Het is neerbuigend. Het gaat om de kwaliteit die je levert.” 

 
Half procent
“We kennen maar een half procent van de werking van onze hersenen, maar geeft dat al aardig wat inzicht”, zegt  Prof. dr. Guus Smit, neurobioloog aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Hij kijkt naar de werking van ons brein. “Een complexe materie”, zegt hij ten overvloede. “Om over de robots iets te zeggen: wij mensen doen met onze hersenen dingen beter dan een robot. In rekenen leggen we het af, maar in parallelle processing passeren we een robot.”
 

We zijn voorzien van maar liefst 100 miljard zenuwcellen in onze hersenen. Die praten met elkaar, als het ware. Veel ervan ‘praten’ met elkaar, waarbij chemische stofjes worden afgegeven, maar vele houden hun mond, zoals Smit aangaf. Er zijn verschillende systemen: die zich met zien bezighouden, met horen, met spraak etc. In de hersenen huist ook het geheugen voor bepaalde stoffen, zoals nicotine. Deze stof is aanzienlijk meer verslavend dat heroïne en cocaïne, een reden waarom zo weinig mensen echt van het roken af komen.    

Smit wil graag weten hoe geheugen zich vormt. daar wordt onderzoek naar gedaan. er is al aardig wat over bekend. “We hebben het idee dat indrukken zich via transmitters verplaatsen in het hoofd. Naar de bovenkant van onze hersenen. Herinneringen schuiven heen en weer in ons hoofd.” Hij zoekt of je herinneringen, bijvoorbeeld de angst ergens voor, kunt ‘wegschrijven’, zodat je er geen last meer van hebt. De jeugd die elke dag met spelcomputers bezig is ontwikkelt een snel reactievermogen, waarbij slechts een klein stukje van de hersenen wordt gebruikt. “Langetermijnplanning wordt moeilijk. De attentiespan neemt af bij ze, dat is een nadeel van zo intensief met die spelletjes bezig te zijn.” 

   

Lees de uitgebreide verslagen van Bernadet Timmer:
Marcel Heerink: Sociale robots in de zorg
Guus Smit: Hoe werkt ons brein
Jos Span: Hart voor onderzoek

Catalogus

In de catalogus van de Plusbibliotheken vindt u een enorme collectie (populair) wetenschappelijke boeken en artikelen.

U kunt gevonden media zelf aanvragen en afhalen in uw eigen bibliotheek.

Volg het Kenniscafé op