Verslag maart '13

  1. Home
  2. /Kenniscafé
  3. /Het KennisCafé in 2013
  4. /Verslag maart '13

KennisCafé over ‘Ontwikkelingshulp’

“Microkredieten dringen de armoede niet terug”
“Als je niet meer arm wilt zijn, moet je wegen aanleggen”
“Dictators hanteren hun eigen rechtsysteem”

Tekst: Thijs Wartenbergh

Als je niet meer arm wilt zijn, dan moet je wegen aanleggen, China vindt economische mensenrechten belangrijk, microkredieten gedijen het beste als deze worden verstrekt aan een kleine groep mensen, deze kredieten dringen niet eenduidig de armoede terug en dictators hanteren hun eigen rechtssysteem. Dat waren enige opvallende opmerkingen tijdens het KennisCafé over ontwikkelingssamenwerking.

China
Er is een duidelijk verschil in hoe China en Nederland tegen de ondersteuning van landen in Afrika aankijken. China heeft het over economische samenwerking, wij hebben het liever over ontwikkelingssamenwerking. Dat bleek uit het gesprek met Ward Warmerdam, verbonden aan de Erasmus Universiteit en het International Institute of Social Studies. Dat is gericht op ontwikkelingslanden.
Die financiële benadering laat ruimte voor de veronderstelling dat China ‘Afrika leegrooft’. Volgens Warmerdam, die de situatie van de benadering van de Chinezen in Afrika heeft bestudeerd, valt dat mee. “Kijk eens wat wij 60 jaar geleden zelf her en der in de wereld uitspookten”, zei hij. China behandelt de meeste Afrikaanse landen niet slecht, ondanks de machtsverhouding (de ene geeft, de ander krijgt), laten de Afrikanen weten. En bovendien: China vindt economische mensenrechten belangrijker dan politieke mensenrechten: het recht hebben zelf in je bestaan te voorzien: die mogelijkheid bieden de Chinezen.

Wegenaanleg
China is goed in het aanleggen van wegen en doet hetzelfde in diverse Afrikaanse landen, vaak in opdracht van en ondersteund door de African Development Bank. De Chinezen zeggen: “Als je niet meer arm wilt zijn, moet je wegen aanleggen.” Terugbetaling vindt veelal plaats in grondstoffen, iets wat China hard nodig heeft en in eigen omgeving niet kan vinden.
En hoe zit het met het ‘veroveren’ van land, het landje pik, ofwel ‘land grabbing?’ Dat gebeurt en het overgrote deel komt voor rekening van Duitsland, Engeland en Frankrijk. China komt daar, wat aantallen betreft, ruimschoots achteraan.

Microkredieten
Wendy Janssens, verbonden aan de Vrije Universiteit, bleek pas terug te zijn uit Afrika, waar ze vooral heeft gekeken wat er mogelijk is met microkredieten: leningen aan arme mensen die geen gewone lening bij een bank kunnen krijgen. Veelal gaat het om een groep mensen, die het geleende geld samen terugbetalen. Onderling houden ze elkaar in de gaten of ze wel hun best doen om voldoende geld te verdienen zodat het voldoen van de lening gewaarborgd is.
Of microkredieten helpen bij de bestrijding van armoede is niet zonder meer te zeggen, aldus Janssens. “Soms wel, soms niet. Niet iedereen blijkt een ondernemer te zijn. Daarom worden nu ook op dit punt trainingen gegeven. Daarnaast wordt het geld niet altijd gebruikt om te investeren in een bedrijfje. Soms zijn de financiën simpelweg nodig voor ziektekosten of schoolgeld.”

Hoge rente
Een groot probleem vormt de hoge rente die terugbetaald moet worden, tot wel 30 procent op jaarbasis. Janssens vond deze manier van handelen niet opmerkelijk. “Die moeten ook over overleven, en vragen daarom meer rente dan we hier gewend zijn. Toch zijn de mensen bereid de rente te voldoen: ze zijn blij dat ze een krediet kunnen krijgen, teneinde hun eigen leven in de hand te kunnen nemen.”
Om ervoor te  zorgen dat de ontvangers van een microkrediet minder extreme uitgaven hoeven te doen, wordt er hard gewerkt aan het opstellen van microverzekeringen. Janssens: “Er worden experimenten gedaan om te zien hoe zoiets goed aangepakt kan worden. In één keer de jaarpremie betalen is nauwelijks te doen voor de betrokkenen. Dat levert absoluut problemen op.”


Om alles in ontwikkelingslanden in goede banen te kunnen leiden is een degelijk rechtssysteem nodig. Daar houdt Adriaan Bedner zich mee bezig. Je beperkt er de macht mee van de politieke leiding in het land en je probeert er tegelijk mee te bereiken dat mensen zich aan bepaalde rechtsregels houden, zodat dit zekerheid biedt. Het vervelende is dat dictators daar geen boodschap aan hebben. Zij houden zich bij voorkeur aan de door hen zelf ingestelde regels.
Door hun eigen rechtsregels op te dringen hebben Frankrijk en Engeland zich in het verleden in koloniale situaties bemoeid met het lokale gewoonterecht, het recht dat als algemeen geldend werd gehanteerd. Bedner: “De checks en balances raken dan in de war. Dat gebeurde ook in Ghana, waarbij de nieuwe overheid de landverdeling wilde gaan registeren, terwijl de lokale chiefs dat onder controle hadden, De chiefs maakten daar handige gebruik van en ook hier werd een machtsbalans verstoord.”
Bedner wordt vaak via een ministerie of ambassade benaderd. Het een en ander werkt goed als er met de lokale bevolking wordt samengewerkt. Bedner: “Pas na een langdurige samenwerking kan ons rechtssysteem worden geïntroduceerd. Verder kan ook niet zomaar even een nieuwe milieuwet worden geïmplementeerd.” Soms komt er uit de bevolking een noodkreet: ‘Kunt u ons helpen?’. In Bandoeng was dat het geval. Bedner: “Ik moest helaas zeggen: nog niet.”