Verslag februari '13

  1. Home
  2. /Kenniscafé
  3. /Het KennisCafé in 2013
  4. /Verslag februari '13

KennisCafé over ‘Ruimtevaart en ruimteonderzoek’

“Iedere euro die je stopt in ruimtevaart, levert vier euro op”
“Hacken van satellieten is een reëel gevaar”
“Het ultieme lot van het heelal is dat dit eindig is”

Tekst: Thijs Wartenbergh

KennisCafé donderdag 28 februari Ruimtevaart.

Het wordt druk daarboven, met al die satellieten ...
Er razen momenteel zo’n duizend actieve satellieten door de ruimte. Oude satellieten zorgen voor nogal wat ruimteschroot. Een groot gevaar voor satellieten is dat ze worden gehackt. Van elke euro die er in ruimtevaart gestopt wordt, komen er vier terug. Botontkalking is zo groot bij astronauten dat een reis naar Mars voorlopig uitgesloten is.
Ruimtevaart in de breedste zin van het woord stond tijdens de februari-aflevering van het Kenniscafé centraal. Daarbij ging gastheer Peter van Schooten het gesprek aan met  ir. Michel van Pelt van het European Space and Technology Centre (ESTEC), Zeholy Pronk, betrokken bij het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium in Marknesse en astrofysicus John Heise van Space Research Organization Netherlands (SRON) en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Utrecht.

Tien jaar
Bij het ESTEC worden onder andere weer-, telecom- en aardobservatiesatellieten ontworpen en gebouwd en worden ook partijen bij elkaar gebracht die zo’n project gezamenlijk tot een succes kunnen maken. “We kijken welke industrieën in Europa mee kunnen doen”, aldus Michel van Pelt. Vaak zit er wel 10 jaar tussen een ontwerp en uiteindelijke lancering. Dat zorgt ervoor dat de bijbehorende boordcomputers verouderd zijn. “Dat is bijna onvermijdelijk, omdat ze goed getest moeten worden. Dat kost tijd. Je kunt wachten door op het allerlaatste moment de nieuwste computers en software aan te brengen, maar dan heb je vaak te weinig tijd voor een zorgvuldige testfase.”
Vanuit ESTEC wordt er één satelliet per jaar de ruimte ingestuurd. Wereldwijd zijn het 80 per jaar. Inmiddels zijn er 1000 actieve exemplaren in de lucht. Zo langzamerhand wordt het dringen daarboven. Duizenden ervan zijn niet meer zo actief en ‘slingeren wat rond’. Dat zorgt voor het nodige ‘luchtschroot’. Dat vliegt alle kanten op en scheurt rond met een snelheid van 7.5 kilometer per seconde. Dat is gevaarlijk voor met name bemande satellieten. Daarom nemen steeds meer robotarmen het werk over van astronauten, die daar anders voor naar buiten zouden moeten.

Robotarm    
Zeholy Pronk heeft tien jaar meegewerkt aan de constructie van een robotarm, ook een vorm van robotica. Een Europese versie van 11 meter moet over enige tijd gebruikt worden. De ideeën voor zo’n arm zijn aan hem welbesteed omdat hij zich oorspronkelijk heeft beziggehouden met medische technologie, c.q. de werking van armen en benen. Zo’n elektronisch gevaarte kan reparaties verrichten, onderzoek doen en aangekomen spullen ‘aanpakken’.
Bemande ruimtevaart is er omdat de mens nieuwsgierig is, zijn grenzen wil verleggen. Dezelfde drijfveren waarom een mens naar de Zuidpool gaat en de Himalaya beklimt. De vluchten zijn ook geschikt om medisch onderzoek te doen, bijvoorbeeld naar botontkalking. Overheidsgeld is onontbeerlijk voor de ruimtevaart. Nederland besteedt er nog maar 75 miljoen euro per jaar aan (is 100 miljoen geweest), een bedrag dat Pronk te weinig vindt. “Kijk eens wat de ruimtevlucht van André Kuipers heeft losgemaakt bij de mensen. Daar gaat een geweldige stimulans van uit. Vergeet niet dat iedere euro die je in de ruimtevaart stopt, vier euro oplevert.”
Mars
Een reis naar Mars is nu de nieuwe uitdaging. Daar wordt over ruim tien jaar aan gedacht. Sommigen willen de planeet zelfs al kolonialiseren. Pronk waardeert zo’n idee, “Technisch is het mogelijk een mens op Mars te zetten. Een probleem dat moet worden opgelost is de botontkalking bij astronauten. Die is geweldig tijdens zo’n lange reis”, aldus Pronk. Die duurt meer dan een jaar.

Zwarte gaten
John Heise sprak vooral over zwarte gaten: een gebied in de ruimte waar de zwaartekracht enorm is. Die is zo sterk dat zelfs licht er niet uitkomt. De vorming van deze gaten veroorzaakt explosies. Dat komt omdat het om de instorting van zware sterren gaat. De ster heeft in feite de strijd tegen de zwaartekracht verloren. Het licht kan er niet meer uit. Een zogenaamde gammaflitser, ontwikkeld door Heise, is in staat geweest deze ontploffingen te registreren, iets wat daarvoor niet mogelijk bleek.
Hij had nog meer wetenswaardigheden over sterren: een (zware) ster draagt zijn eigen gewicht, wat de aarde en de zon ook doen. Een ster straalt, maar verliest op den duur zijn energie en is dus eindig. Hij kan op een bepaald moment zijn eigen gewicht niet meer dragen en gaat krimpen.
Even doordenkend: het wordt daarboven wel steeds leger met een toenemend aantal zwarte gaten, zo was de suggestie. “Het ultieme lot van het heelal”, aldus Heise. Een geruststelling: we zijn dan wel een paar miljard jaar verder.