Verslag september '14

  1. Home
  2. /Kenniscafé
  3. /Het Kenniscafé in 2014
  4. /Verslag september '14

KennisCafé over Energie

"Velen in de wereld hebben geen toegang tot energie."
"In China wordt op grote schaal in groene energie geïnvesteerd."
"Het mooiste is dat we uiteindelijk zelf producent van energie worden."

Thijs Wartenbergh

Hoe zit het met de hoeveel duurzame energie in vergelijking tot de energie opgewekt door fossiele bronnen? Kunnen wereldwijd voldoende mensen toegang krijgen tot energie? Hoe ontwikkelt een lokale energiecorporatie, de Groene Reus, zich? Op die vragen werd donderdagavond 25 september 2014, onder leiding van Peter van Schooten, antwoord gegeven tijdens KennisCafé Almere in de nieuwe bibliotheek.

Je kunt je nog zoveel met transitie (verandering) bezighouden, zoals Rick Bosman doet, hij is wetenschappelijk onderzoeker naar energietransitie in Nederland en het buitenland en aangesloten bij de Erasmus Universiteit: de werkelijkheid is vaak weerbarstig. Waar Bosman graag veranderingen ziet, met name waar het gaat om het vastgebakken zitten aan fossiele brandstoffen, daar blijven oligopolieën als Essent, Nuon en Eneco op hun handen zitten. Die vinden het wel best zo, hoewel ze wel iets doen aan alternatieve, groene energie. Hun inkomsten komen voor een belangrijk deel uit kolen- en gasgestookte centrales, niet iets waar Bosman blij mee is.

Duitsland
Zijn streven is erop gericht een ommezwaai tot stand te brengen: meer duurzame energie realiseren dan nu het geval is. Dat ligt nu nauwelijks op 5 procent van de totale energieproductie. “Neem dan Duitsland”, aldus Bosman, “Daar weten ze op dat punt wel wat aanpakken is. Daar is reeds een kwart van de productie duurzaam.” Dat kwam mede door financiële steun van de overheid. In Nederland wordt echter niet doorgepakt, veelal door steeds veranderende wetgeving. Daardoor blijven we ver achter bij onze oosterburen”. In Duitsland ziet men nu ook dat succes een keerzijde heeft: de ‘Energiewende’ kost uiteindelijk veel geld en het energienet is niet altijd berekend op het op grote schaal terugleveren van energie door particulieren aan het net.

Voor Bosman gloort er inmiddels enig licht aan het eind van de tunnel. Energiebedrijven zien zo langzamerhand wel in dat ze zich meer moeten inzetten voor duurzame energie. "Het mooiste is uiteindelijk”, stelde hij, “dat we zelf producent worden van onze energie, via windmolens en zonne-energie. Dat is nog verre toekomst, maar hier en daar al waarneembaar. Op Texel bijvoorbeeld, maar dat is een eiland en qua omvang een overzichtelijk gebied. Met een boot kan het ook. Dat zijn goede voorbeelden van de transitie die we voor ogen hebben. Die omslag neemt veel tijd in beslag, helaas.”

Groene Reus
Daarna kwam Robert Hemmen, voorzitter van de Almeerse energiecorporatie De Groene Reus, aan het woord. Deze bestaat inmiddels uit 100 leden. De organisatie heeft vooral een adviserende functie, maar dat wordt te vrijblijvend gevonden. In de Groene Reus participeren, via onder andere tientjesleden, is een volgende stap. Iemand die bijvoorbeeld 100 euro investeert, krijgt zo mogelijk een rendement van 3-4 procent op zijn investering. Sparen levert 1,5 procent op. Dus wat dat betreft … Het moeten uiteraard renderende projecten zijn. Leden beslissen daarover.

Ons land telt inmiddels zo’n 100 corporaties op het gebied van energie, van groot naar klein. Ze leveren stroom door (van de Nuon bijvoorbeeld), schaffen windmolens of zonnepanelen aan, of richten zich op biomassa. “Wat op Texel kan, eigen energieproductie, kan in theorie in Almere ook”, aldus Hemmen. Maar, zoals eerder gezegd, de Nederlandse overheid voert op dit punt geen consistent beleid. “Men zwabbert nogal in Den Haag. dat stimuleert de mensen niet”, meent Hemmen.

Zijn ervaring is dat sommigen het reuze interessant vinden om – als dat eenmaal lukt en te volgen via slimme meters– stroom terug te leveren aan het energienet.  “Men gaat bewuster met het energieverbruik om”, aldus Hemmen. Er is nog een lange weg te gaan om Nederlanders, met name Almeerders, aan de groene energie te krijgen. Niet alleen via het onduidelijke beleid vanuit Den Haag, maar ook omdat elders – Duitsland is al genoemd – de omstandigheden gunstiger zijn. Je betaalt daar minder per kW/h en de energiebelasting ligt er ook lager. Toch is het interessant. “Met zonnepanelen heb je je investering na een jaar of vijf al terug, bij een windmolen ligt dat zelfs op één jaar”, stelt hij.

Toegang
Volgens Bert de Vries, hoogleraar Mondiale Verandering en Energie bij het Copernicus Instituut van de Universiteit Utrecht, heeft 2.3 miljard mensen van de totale wereldbevolking nauwelijks toegang tot betaalbare energie. “Fossiele brandstoffen zijn eindig, zeker als 1.3 miljard Chinezen (met de Indiërs erbij 2.5 miljard) zich de komende jaren verder gaan ontwikkelen en meer stroom gaan afnemen. “Er is een energietransitie nodig”, meende De Vries. “We moeten weg van de vervuilende steenkool, om iets te noemen. “Gelukkig beginnen Chinezen steeds vaker in te zien dat ook zij met klimaatsverandering te maken krijgen. In China wordt daarom op grote schaal in groene energie geïnvesteerd.”

Je zou zeggen: als er ergens olie wordt gevonden, dan zit een land goed. Dan gaat de bevolking erop vooruit. Neem Mozambique. Niets is echter minder waar. “De olie bereikt de bevolking niet”, aldus De Vries, “De elite zorgt ervoor dat de arme mensen er niets van krijgen.”

Over de huidige situatie in de wereld zei hij dat er uiteenlopende wereldbeelden bestaan over probleemconcepties. Enerzijds heb je de burger, aan de andere kant is er de consument. De crisis in onder andere Syrië zou je ten dele aan de klimaatverandering kunnen toeschrijven. “Er heerst een extreme droogte, mensen trekken naar de stad, daar ontstaat ontevredenheid onder de mensen en vervolgens leidt zoiets tot een burgeroorlog.”

Daarom ben ik blij dat bijvoorbeeld China en India klimaatverandering serieus nemen. “Die niet serieus nemen is onverstandig”, aldus de Vries. Wat betreft het halen van de doelstelling met betrekking tot de opwarming van de aarde, meende hij: “Het moet haalbaar zijn ervoor te zorgen dat vóór 2015 de aarde niet met 2 gaden Celcius opwarmt.”