Verslag januari '13

  1. Home
  2. /Kenniscafé
  3. /Het KennisCafé in 2013
  4. /Verslag januari '13

KennisCafé over 'Sport'

“Sport is een vrijwillige poging om onnodige obstakels te overwinnen”
“Doping heeft de charme van het kwaad”
“De samenleving heeft helden nodig”

Tekst: Thijs Wartenbergh


Sport is een vrijwillige poging om onnodige obstakels te overwinnen. Doping in de sport is de charme van het kwaad. De overheid bemoeit zich teveel met sport. Ik was kwaad door de bekentenis van Lance Armstrong, ik dacht lange tijd dat het wielrennen een mooie wereld was. In de wielersport werd 100 jaar geleden al doping gebruikt. Sport is de belangrijkste bijzaak van het leven.
Het is, als je deze uitspraken leest, wel snel duidelijk welk onderwerp donderdag 24 januari in de nieuwe bibliotheek tijdens het KennisCafé door gespreksleider Peter van Schooten en drie deskundigen werd behandeld: sport en doping. Als eerste expert kwam Ivo van Hilvoorde, sportfilosoof bij de Vrije Universiteit en lector bij Windesheim, aan het woord.
Hij gaf aan, ondanks allerlei ‘biechten’ over doping, nu juist dubbelop van het wielrennen te kunnen genieten. “Ik ken nu namelijk ook allerlei verhalen erachter”. Hij behandelt in zijn werk filosofische- en ethische vraagstukken over sport. In de loop der jaren is er een verwijdering ontstaan tussen de sporter enerzijds en de moraal binnen de sport anderzijds. “Men houdt zich niet meer aan de regels, maar geeft er een eigen interpretatie aan. Dan kan het makkelijk misgaan.”
Sport heeft onmiskenbaar een maatschappelijke functie, waarbij een vereniging een weerspiegeling is van de samenleving met al haar nationaliteiten. De vraag werd opgeworpen of de overheid zich teveel met sport bemoeit. Van Hilvoorde vond van wel. “Kijk naar het gedoe om de Olympische Spelen in 2028 naar Nederland te halen. De regering bemoeide zich daar nadrukkelijk mee. Het lukte uiteindelijk toch niet om er een positief oordeel over te vellen.”
Koen Breedveld, directeur van het Mulier Instituut, liet weten dat sport nogal wat positieve aspecten in zich heeft. Het is de belangrijkste bijzaak van het leven, het vormt een bron van inspiratie, je legt contacten met anderen en je kunt er doelen mee nastreven. Het zegt iets over de positie die sport inneemt in onze samenleving en de wisselwerking tussen sport en maatschappij. Het Mulier Instituut onderzoekt wie er aan sport doet, kijkt naar bewegingsonderwijs en onderzoekt hoe verenigingen zich onder de huidige omstandigheden ontwikkelen.
De sport staat er in algemene zin goed voor, zeker in vergelijking met het buitenland (Engeland heeft bijvoorbeeld niet onze kwaliteit). Er zijn goede voorzieningen, verenigingen ontwikkelen zich goed, mede door de inzet van veel vrijwilligers en we sporten, met 27.000 clubs, veel. Terugkomend op de Olympische Spelen en het streven om veel medailles te halen. Dat is op zich belangrijk omdat je een uithangbord hebt voor de sportwereld en omdat de samenleving helden nodig heeft.
De agressie in de sport kwam ook nog ter sprake. Het afschuwelijke voorval met grensrechter Nieuwenhuizen in Almere werd niet als incident gezien.  De maatschappij is agressiever geworden, alles is harder en anoniemer en confrontaties worden makkelijk gezocht. “We kunnen daar iets aan doen als clubs, coaches en spelers hun verantwoordelijkheid hierin pakken”, aldus Breedveld.
Echt verbaasd toonde Olivier de Hon, wetenschappelijk medewerker van de Nederlandse Dopingautoriteit (NDA), zich niet over de dopingonthullingen van de afgelopen weken. Epo bleek in de jaren '90 makkelijk te gebruiken. Niet alleen in het wielrennen, maar ook in de atletiek en het langlaufen bijvoorbeeld. De NDA voert dopingcontroles uit bij topatleten en geeft voorlichting over doping.
Elke, bij een bond aangesloten sporter kan in principe op doping worden getest. Maar dat is theorie. In de praktijk gaat het met name om 400 van de allerbeste sporters in ons land die daarvoor één uur per dag beschikbaar moeten zijn. Dat moeten ze melden via de zogenoemde ‘whereabouts’. Deze toppers worden ongeveer één keer per week aangewezen voor een controle. Sporters mogen buiten dat opgegeven uur gecontroleerd worden. Het is een kwestie van een plas doen, waar de controleur, mannen bij mannen en vrouwen bij vrouwen, bij blijft staan. Dit om malversaties met urinestalen tegen te gaan.
Het toegenomen aantal controles moet het dopinggebruik in de sport terugdringen. De Hon: “Het gebruik van doping is oneerlijk, slecht voor de gezondheid en het zorgt voor bijwerkingen. Het vrijgeven betekent de sluizen openzetten naar mensen die de grenzen van het toelaatbare opzoeken. De gezondheid zal in het geding zijn.”
Doping hoort dus niet, en het zorgt voor een absurde wereld in zichzelf, maar mooi is het wel om ernaar te kijken, was een van de slotconclusies. De slotopmerking was dan ook: “Doping heeft de charme van het kwaad.”