Verslag mei '15

  1. Home
  2. /Kenniscafé
  3. /Het Kenniscafé in 2015
  4. /Verslag mei '15

"Innovatie is niet alleen een containerbegrip maar ook een rekbaar begrip."
"Nederland doet het internationaal goed op innovatief gebied"
"Innovatie is voor 90 procent transpiratie"

Thijs Wartenbergh

Een innovatie is extra leuk als deze onbedoeld tot stand komt. Kleine bedrijven maken grote stappen, en grote bedrijven juist kleine stappen op innovatief gebied. Soms ben je voor een financiering aangewezen op 3 F’s: Friends, Family en Fools. Bij innovatie zijn 3Q’s onontbeerlijk: IQ, EQ en PQ. De definitie van innoveren is diffuus: zelfs experts op dit terrein hebben er geen eensgezinde mening over.

Bij Kenniscafé Almere van de maand mei stond, dat blijkt wel uit de inleiding, innoveren als thema centraal. Deskundigen als Ynte van der Meer, Mariël Voogel en Paul Tuinenburg lieten onder leiding van Peter van Schooten hun licht over dit onderwerp schijnen.

Ynte van der Meer is ingenieur industrieel ontwerpen en heeft jarenlange ervaring in zowel de industrie als in het hoger onderwijs. Hij heeft zijn diensten onder meer aangeboden aan rijwielfabrikant Sparta. Daar merkte hij onder meer dat de Spartamet werd voorbijgestreefd door hippe stadsfietsen en, vooral, elektrische fietsen. “Toen hebben we de naam Marathon eraan gekoppeld. Toen ging de fiets veel beter van de hand”, vertelde hij.

Definitie
Dat is leuk, maar hebben we het dan over iets innovatiefs? Een andere naam introduceren kan belangrijk zijn, gaf hij aan. Hij voegde eraan toe: ‘Het woord ‘innovatie’ wordt al jaren gebruikt, soms terecht en soms onterecht.  Het is niet alleen een containerbegrip maar ook een rekbaar begrip. Ik geef meestal als definitie: ‘Het is een sprongsgewijze vernieuwing die niet voor de hand ligt.’ Nog mooier is het als de nieuwkomer onbedoeld ons handelen verrijkt. Zoals de post-it memopapiertjes. Dat was eerst een mislukking, door te weinig gom op de achterzijde, maar werd bij toeval een groot succes.”

Elektrische fiets
Vooral de elektrische fiets werd naar voren geschoven als innovatie. Maar hebben we vroeger niet de Solex gehad, of een fiets met een derde wiel en een motortje? En waren het niet de Japanners die de elektrische fiets introduceerden? Ja, maar wij hebben hem verder geperfectioneerd. De e-bike is helemaal toegesneden voor een perfect gebruik, in alle weersomstandigheden. De batterij is er ook mooi in weggewerkt. Daarbij kwam naar voren dat je spreekt van innovatie als het gaat om een goede implementatie van een idee. En ook: het merk Tesla was niet de eerste met een elektrische auto, de allereerste wagen was zelfs elektrisch, maar Tesla heeft ervoor gezorgd dat je met dat merk een perfecte elektrische auto hebt.

Vooruit kijken
Mariël Voogel – afgestudeerd aan de Kunstacademie – is initiatiefnemer van meerdere bedrijven, zoals CreativeMV, Creatief Innoveren en Creative Scan. Ze richt zich onder meer op het ontwikkelen van al dan niet economisch beleid en beleidsprogramma’s en de inbedding ervan in structureel beleid.

Zo is ze betrokken bij ‘Curriculum 2025’, een curriculum-nieuwe-stijl die over 10 jaar wordt ingevoerd en waarbij wordt ingezet op het ontwikkelingen van vaardigheden. De hele onderwijskolom doet eraan mee, van basis- tot universitair onderwijs.

Ook helpt ze accountants zich te herdefiniëren: de accountancysector is de afgelopen jaren door diverse schandalen in zwaar weer beland en dient te kijken waar nieuwe kansen liggen. Voogel: “De accountants moeten wel. Ik ondersteun ze daarbij door zich te laten afvragen wie ze eigenlijk zijn. Nieuwe mogelijkheden voor ze liggen  in een coachende rol. Dat is momenteel ‘hot’. Nieuw is tevens dat ze veel doen aan forecasting: bedrijven suggesties doen over hun strategische visie. Ze kijken, in tegenstelling tot voorheen, daarbij vooruit.”

Retailsector
Het gesprek kwam vervolgens op de retailsector, een branche die het moeilijk heeft door de concurrentie van online aankopen . “We hebben bedrijven daar tien jaar geleden al voor gewaarschuwd. Ze moesten actie ondernemen, meegaan met nieuwe ontwikkelingen, maar dat  is in de meeste gevallen niet gebeurd. Ondernemers komen daar, door de dagelijkse sleur van 'het moeten halen van omzet', niet aan toe. Wil je het als ondernemer goed doen dan moet je luisteren naar de klant: wat irriteert hem, waar heeft hij problemen mee, wat zijn nieuwe trends? Daar moet hij op inspelen.”

Ze gaf verder aan dat een innovatie niet uit de lucht komt vallen. “Het is gewoon keihard werken, je moet persisteren. Je bent er lang mee bezig. Topchefs komen op nieuwe gerechten. Die reizen naar andere culturen, proberen veel uit, voegen er weer eens een ander bestanddeel aan toe. Noem maar op. Het is 90 procent transpiratie.”   

Al met al, liet ze weten, is Nederland internationaal – in Europa - goed bezig op het gebied van innoveren. We nemen na koploper Zweden, de vijfde plek in. Daarbij wordt met name het aantal octrooiaanvragen onder de loep genomen. Voogel: “Het MKB is niet zo bezig met een octrooiverzoek. Het  is duur en een administratieve hobbel. Voor de toekomst is onderlinge samenwerking belangrijk, het uitwisselen van kennis. Dan zullen innovaties veel bijdragen aan het Bruto Nationaal Product, hoeven we niet bang te zijn voor China en kunnen we ons verder versterken waar we goed zijn, bijvoorbeeld de 3D-printer en de agrocultuur, waarbij we nu al een vooraanstaande positie innemen.”

Valorisatie
Paul Tuinenburg heeft innovatiemanagement gestudeerd in Utrecht met een focus op duurzame mobiliteit en elektrisch vervoer. Daarnaast is hij betrokken geweest bij tal van educatieve organisatorische functies binnen de Universiteit Utrecht, waaronder een bestuursjaar bij zijn studievereniging en diverse onderwijscommissies. Hij was voorts initiatiefnemer van Shift Innovatie en maakte zo al vroeg kennis met het ondernemerschap. Verder is hij medeauteur van het boek ‘Innoveren kun je leren’.

Bij hem stond valorisatie centraal, kennisvalorisatie. Het wetenschappelijk onderzoek in ons land is van zeer hoog niveau maar de benutting van wetenschappelijke kennis door het bedrijfsleven is onvoldoende. Dit remt de innovatie en daarmee de groei van de kenniseconomie. De oplossing is kennisvalorisatie. Ofwel: we kunnen waarde creëren door een ‘kennis-push’ toe te passen. Het gaat om het matchen van kennis met plekken waar die kennis nodig is. Kennis moet dus op de juiste plaats terechtkomen.

Deze beweging is in 2004 gestimuleerd vanuit het kabinet. Tuinenburg: “De wetenschap is er serieus mee bezig. Dat is de dagelijkse realiteit.  Wetenschappers moeten nu ook van te voren aangeven op welke manier ze mogelijkheden zien voor hun onderzoek.  Fundamenteel onderzoek blijft van wezenlijk belang. Vrijblijvendheid kan echter niet meer. Een decentraal energiesysteem wordt in dit verband als het ware ‘aangedragen’ en vervolgens moeten energiemaatschappijen daarmee aan de slag.”