Verslag april '15

  1. Home
  2. /Kenniscafé
  3. /Het Kenniscafé in 2015
  4. /Verslag april '15

"Vergroening van de stad via dakakkers"
"De stad zal wereldwijd de komende jaren uit zijn voegen barsten
"Almeerders zijn blij met de ruimte in hun stad"

Thijs Wartenbergh

Over 30 jaar woont 70 procent van de van 7 miljard naar 9 miljard gegroeide wereldbevolking in steden. We moeten van een lineaire economie overstappen op een circulaire economie. De stad is een natuurgebied met een eigen ecosysteem. De afname van biodiversiteit in een stad is niet erg, dan krijgen andere dieren een kans. Almeerders waarderen de fysieke- en mentale ruimte in hun stad. Almere heeft een denkagenda, focusgebieden, maar wordt ook gezien als een groot dorp. Weliswaar een dorp met bijna 200.000 inwoners …

Dat waren enige opmerkelijke uitspraken tijdens het (inmiddels vijf jaar bestaande!) KennisCafé Almere, op donderdag 23 april onder leiding van de teruggekeerde Peter van Schooten. Het thema was dit keer ‘De Stad’, een plek waar steeds meer mensen naar toe trekken, een beweging die met name in Azië waarneembaar is. Wat betekent die enorme groei voor de traditionele Europese steden? En welke plaats neemt Almere in binnen dit proces van verstedelijking? Vier deskundigen spraken over dit item: Arie Voorburg van Arcadis, Jelle Reumer van het ‘Natuurhistorisch Museum Rotterdam’ en de Almeerse beleidsambtenaren Danny Louwerse en Thijs van der Steeg ( projectleiders van het project ‘De staat van de stad’).

Fascinerend
“De stad is een fascinerend systeem”, lichtte Voorburg – die zich als consultant bij Arcadis bezighoudt met complexe stedelijke vraagstukken – toe. “Natuur, ecologie, economie en ook allerlei sociale aspecten komen er samen.” De trek naar steden neemt sterk toe, in Nederland, maar dat is vooral te merken in Azië bijvoorbeeld. Voorburg: “De wereld telt nu zo’n 7 miljard bewoners. Dat aantal is over 30 jaar opgelopen tot ruim 9 miljard. We hebben dan vermoedelijk130 megasteden (nu 36) met meer dan 10 miljoen inwoners. Zo’n 450 steden tellen 1 tot 10 miljoen bewoners.” Het is duidelijk: steden zullen invloedrijker worden. Nederland zal een woordje mee kunnen spreken als de Randstad, de metropoolregio, zich versterkt en zich als één gebied, in feite als één stad, presenteert. Met minder onderlinge concurrentie en wel een profilering van sterke aspecten (Schiphol, de Haven van Rotterdam (met nadruk op ‘bio-based’), Leiden als wetenschappelijk centrum etc.).

Het spreekt voor zich dat de door Voorburg voorspelde groei de nodige problemen met zich mee zal brengen. De huidige voedselproductie zal met 70 procent omhoog moeten (met een toenemende druk op de bestaande grondstoffen), voorspelt Voorburg. En ook: hoe gaan al die mensen functioneren in die toekomstig, overvolle steden? En, logistiek bekeken: hoe krijg je het voedsel de stad in?

Transities 
Volgens Voorburg zijn vier ingrijpende veranderingen, transities, nodig om de ontwikkelingen die ons te wachten staan het hoofd te bieden: anders bouwen (casco’s, minder beton en staal en makkelijk een andere bestemming te geven of af te breken), economische renaissance (van een lineaire- naar een circulaire economie), innovatie (creatief talent moet ruim baan krijgen) en technologie (life science technology in Leiden en nano-technologie). Voorburg: “De veranderingen gaan snel. We moeten een grote sprong voorwaarts maken en we hebben meer jong talent nodig, waarbij de ‘oude macht’ langzaam maar zeker het veld moet ruimen.”

Ecosysteem
Jelle Reumer heeft als directeur van het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam de stad als natuurgebied ontdekt. Zijn bevindingen heeft hij beschreven in het boek ‘Wildpark Rotterdam’. Reumer: “De stad is een ecosysteem, net als een koraalrif, of een termietenheuvel, of Almere, dat op een voormalige binnenzee is gebouwd.” Maar verdringt de uitdijende stad – denk aan de woorden van Voorburg – niet de natuur? “Je kunt inderdaad veranderingen verwachten, want die hebben we in het verleden ook gezien. Zo is de kuifleeuwerik in Hilversum verdwenen, om wat te noemen, en barst het in Amsterdam nu van de halsbandparkieten en Nijlganzen. Die hebben zich aan hun omgeving aangepast. Die dynamiek is interessant.”

Hij wil maar zeggen dat een verschraling van de biodiversiteit door de opdringende stad niet zo’n ramp is. “Het ene dier verdwijnt en daarvoor in de plaats komt weer een ander. Dat houdt het interessant. We hebben in de loop der eeuwen diverse mega-extincties gehad: die gaven kansen aan nieuwe dieren. Een mega-extinctie is in feite goed voor ons bestaan.”

In de stad is er op ecologisch gebied veel mogelijk. “Almere is helaas op dit terrein een droefenis. Maar het zou mooi zijn als gevels ‘vergroend’ worden met planten en bomen (in Milaan heb je een verticaal bos rondom twee flats, de bomen zitten in betonnen bakken en moeten 100 meter hoog worden) die voor een prettige woonomgeving zorgen. Op daken wordt gelukkig ook steeds meer geplant. Zo is er in Rotterdam een dakakker, waar allerlei groenten worden verbouwd.”

Thermometer
Louwerse en Van der Steeg hebben via 90 gesprekken met in totaal 140 Almeerders onderzocht hoe het met Almere gesteld is, onder het motto ‘De staat van de stad’. Plastisch werd dit omschreven als ‘De thermometer in de stad steken’. Het gemeentebestuur wilde weten hoe de stad ervoor staat, aan de hand van die gesprekken en andere gegevens, zodat daar een weloverwogen toekomstbeleid op afgestemd kan worden.

Uit de interviews (met pioniers, maar ook met de tweede generatie van deze voorlopers van de Almeerse bevolking) kwam onder andere naar voren dat Almeerders de ruimte in hun stad waarderen, zowel in fysieke- als in overdrachtelijke zin. De jongeren zijn, geheel overeenkomstig hun levensstijl, sterk in netwerken. Er is echter ook een aanzienlijke groep, zo’n 25 procent van de bevolking, die niet beschikt over noodzakelijke netwerken en waarmee het simpelweg niet goed gaat.

Het is nu zaak om die twee groepen, de ‘haves' en 'have nots’, te verbinden. Zodat die wat van elkaar kunnen opsteken. Dat is echter nog niet zo makkelijk. “Die 75 procent kennen we minder goed dan degenen die het minder goed hebben”, aldus Louwerse en Van der Steeg.

Verder werd duidelijk dat in de Hoekwierde een groep bewoners actief is in het onderhoud van het groen. Deze bewoners krijgen het budget toegestopt dat de gemeente anders aan het groenonderhoud zou besteden. De bewoners bepalen hoe zij dit geld besteden. Leuk zo’n initiatief, maar wat als dat – even denkbeeldig - in heel Almere gedaan wordt toegepast? Die vraag kon moeilijk beantwoord worden. Er zijn trouwens in veel wijken initiatieven, onder te brengen in het begrip ‘De kracht van de stad’.

De toehoorders kregen ook termen mee als ‘denkagenda’ (waar moet het gemeentebestuur de komende jaren aan denken?) en ‘focusgebieden’ (wijken die extra aandacht nodig hebben).