Verslag oktober '16

  1. Home
  2. /Kenniscafé
  3. /Verslag oktober '16

Complottheorieën bedenken heeft veelal een negatieve klank, maar het kan ook gewoon leuk zijn

"Met de komst van de sociale media is het complotdenken niet per sé toegenomen, bepaalde denkbeelden worden wel sneller verspreid."
"Angst en dreiging vormen een voedingsbodem voor complottheorieën."
"Transparantie van doen en laten kan ideeën over complotten terugdringen."
"Het is belangrijk feiten en fictie van elkaar te scheiden."
"Dé waarheid bestaat niet, maar we kunnen er wel naar zoeken."

door Thijs Wartenbergh

Dit waren enkele conclusies die te noteren vielen aan het eind van het Kenniscafé op 27 oktober, een bijeenkomst die dit keer in het teken stond van complottheorieën. Jan Willem van Prooijen, sociaal psycholoog verbonden aan de VU en specialist op het gebied van complotdenken, was de eerste die onder leiding van Connie Franssen over dit onderwerp aan het woord kwam. Hij legde uit wat een complottheorie was: “Het is een samenzwering van kwaadwillende mensen, die plannen smeden en die zelfs aanslagen veroorzaken. De gedachte erachter is dat we situaties willen verklaren, de wereld willen begrijpen: wat gebeurt er om ons heen en wat is het doel ervan?”

Klopjacht
Van Prooijen stelt dat het complotdenken op zich niet toeneemt, de verspreiding ervan neemt door de populariteit van de social media echter wel groteske vormen aan. Tijdens de moordaanslag in San Bernadino van vorig jaar werden tijdens de klopjacht van de politie op de daders al de eerste hersenspinsels via onder andere Twitter gedeeld. De politie had de daders nog niet eens te pakken. Ter vergelijking: ‘pas’ (zeggen we nu) drie maanden na de aanval van Japan op Pearl Harbour in 1941 werden allerlei complottheorieën de wereld in geslingerd.

Anderen trekken aan de touwtjes
In de jaren '60 van de vorige eeuw was er sprake van een hausse in het complotdenken na de moord op John F. Kennedy in 1963, eenzelfde opleving deed zich voor na 9/11. De laatste vijf jaar mag het fenomeen zich verheugen in meer aandacht. Van Prooijen: “Uit onderzoek komt naar voren dat angst en dreiging vaak ingrediënten blijken voor de ontwikkeling van een complot. Je gelooft in iets en dat wordt bevestigd door het wereldbeeld. Iemand zegt dan al snel: ‘Anderen trekken aan de touwtjes’ of ‘Ze houden bewijs voor ons achter.’ Mensen met een politieke PVV- of SP-voorkeur zijn overigens gevoeliger voor complotdenken.” Over politiek gesproken: de presidentskandidaten Trump en Clinton werpen elkaar graag complotideeën voor de voeten. In totalitaire regimes gedijen het in de openbaarheid brengen van bepaalde negatieve eigenschappen van andere staatshoofden, c.q. landen goed. Dan komt het begrip ‘een hetze voeren’ al snel dichtbij. 

Gevoelige kwesties
Margalith Kleijwegt, journalist en schrijver van ‘2 werelden, 2 werkelijkheden’, deed verslag van een onderzoek naar de manier waarop docenten omgaan met gevoelige maatschappelijke kwesties (zoals de aanslagen op Charlie Hebdo en in Brussel en Parijs). Zij gaf aan dat op scholen vooral bij leerlingen met een niet-westerse achtergrond de complottheorieën welig tieren. Zij brengen nogal eens naar voren dat ‘de zionisten en Amerikanen achter dat soort bloedige aanslagen zitten’.

Pabo
Hoe daarop te reageren door de docent? Dat blijkt nog niet makkelijk. De ene leerkracht kan dat beter dan de ander, merkte Kleijwegt tijdens haar onderzoek, waarbij ze diverse scholen bezocht. “Op pabo’s wordt aan dit aspect nog weinig aandacht geschonken. Daar wordt wel aan gewerkt trouwens”, zei ze. Ze pleit ervoor dat het uit elkaar houden van fictie en waarheid essentieel is. Dat voorkomt het uiten van allerlei ongefundeerde theorieën. “Dé waarheid bestaat niet, maar we kunnen er wel naar zoeken. Dat zijn we echter een beetje verleerd”, aldus Kleijwegt. “Over het belang van die zoektocht stond laatst een artikel in de Volkskrant. Daar kon ik me helemaal in vinden. Zonder kennis van de juiste feiten gaat men van alles denken, vooral mensen die in een isolement leven zijn daar gevoelig voor.”

Thrillers
Schrijfster Jet van Vuuren, werkzaam in de nieuwe bibliotheek, leeft in haar boeken van complottheorieën. In haar thrillers (de negende ligt inmiddels bij de drukker, de tiende is in wording), legde ze uit, creëert ze het liefst personages die ontregeld raken door de dingen om zich heen. Hoe ingewikkelder het in elkaar zit, hoe beter, wat haar betreft. De aanleiding is soms een artikel in de krant. “Mijn gedachten slaan daarbij op hol. Stel je voor dat er dat en dat gebeurt, wat dan? Dat werk ik vervolgens uit in een verhaal”, aldus Van Vuuren.

Fictie en werkelijkheid
Ze merkt bij het inleveren van haar manuscript bij haar uitgeverij dat de uitgever, in casu de redacteur, nogal eens de scherpe kantjes van bepaalde verhaallijnen wil afschaven. Het moet dan ‘braver’ worden. Het is soms te ‘verschrikkelijk’ in de ogen van degene die haar concept aan een taalkundige controle onderwerpt. “Een redacteur leefde zich eens zo in het verhaal in dat deze bijna onwel werd van het plot. Fictie en werkelijkheid worden wel eens door elkaar gehaald. Terwijl het verhaal soms gebaseerd is op iets wat werkelijk heeft plaatsgevonden. Niets is zo erg als het dagelijks leven, kun je concluderen”, aldus Van Vuuren.

Negatieve klank?

Het bedenken van een complottheorie heeft veelal een negatieve klank. Maar, kan zoiets ook niet gewoon leuk zijn, was een vraag van een van de toehoorders. Van Vuuren dook daar gretig op. “Zeker. Ik ben er elke dag mee bezig. Heerlijk.” En Van Prooijen: “Ik denk dan aan schrijver Dan Brown. Die heeft al heel wat mysterieuze en fascinerende boeken gepubliceerd voorzien van robuuste complotgedachten. Denk aan ‘De Da Vinci Code.”