Verslag oktober '14

  1. Home
  2. /Kenniscafé
  3. /Het Kenniscafé in 2014
  4. /Verslag oktober '14

KennisCafé over eHealth

“Ik ben een gids voor mijn patiënten”
“Data van patiënten zijn moeilijker bijeen te brengen dan was voorzien”
“Het gaat om de diagnose en de behandeling en niet om de nota"

Thijs Wartenbergh

Gaat de computer op den duur de arts vervangen? Daar hoeven we voorlopig nog niet bang voor te zijn. Dat is vooralsnog een ver-van-mijn-bed-show. Dat bleek uit de aflevering over eHealth, het oktober-item van KennisCafé Almere in de nieuwe bibliotheek. eHealth is het gebruik van technologie ter ondersteuning of verbetering van de gezondheid en de gezondheidszorg.

Hierover spraken Koen Böcker van het Almeerse Alan Turing Instituut, Markus Oei, KNO-arts in het Flevoziekenhuis en dr. William Goossen, adviseur ICT in de zorg. Dat deden zij onder leiding van Peter van Schooten.

Arts en patiënt ondersteunen bij een onderlinge interactie. Dat is het doel van het Alan Turing Instituut. Dit instituut, licht Koen Böcker toe, beschikt over computers die kunnen ‘redeneren’, waar je iets slims uit kunt halen. Er worden veel data bekeken, of liever gezegd, bepaalde patronen in data. Heeft een bepaalde behandeling goed gewerkt?

Sociale gegevens
Böcker: “Stel dat iemand een beroerte heeft gehad. Dan is het handig als een arts weet waar een vervolgbehandeling plaats kan vinden. Dat hij of zij beschikt over zogenaamde sociale gegevens. Moet de patiënt elders heen, kan deze thuis verder verzorgd worden, is een intensieve verpleging nodig?”

Het instituut, gaf Böcker toe, dacht enige tijd geleden dat benodigde gegevens voor het oprapen lagen. “We waren wellicht iets te optimistisch. Het verzamelen van data vergt simpelweg veel handwerk. We moeten ons wat dit betreft iets bescheidener opstellen. Het uitgangspunt blijft echter onveranderd: het ondersteunen van artsen bij het maken van beslissingen.” Het moet nog blijken of artsen daar blij mee zijn, meldde hij nog.

Intermenselijk
Markus Oei, KNO-arts in het Flevoziekenhuis, had tijdens het gesprek met Böcker al laten weten het woord eHealth maar ‘zo zo’ te vinden. Het gaat toch om het intermenselijk contact tussen patiënt en arts, liet hij weten. “De term eHealth is eigenlijk een waardloos begrip”, gaf hij aan. “Ik heb het liever over health-e. Centraal staat de gezondheid en de techniek is slechts een ondersteunend hulpmiddel. De tool eHealth is niet zo interessant hoewel ik moet toegeven dat het toepassen van ICT-technologiën grote mogelijkheden biedt.”

Er is nogal wat informatie over gezondheidszorg te vinden op internet. Maar wat kun je als consument vertrouwen? “Het moet een landelijk, non-profit initiatief zijn en het moet geaccrediteerd zijn door een artsenorganisatie of de overheid”, aldus Oei. Om ervoor te zorgen dat zijn patiënten goed geïnformeerd worden over een bepaalde aandoening, krijgen zij van hem via de mail gegevens toegezonden, aangepast aan de betrokkene.

“Daarmee is de kennis van de patiënt over zijn/haar behandeling op niveau. Deze moet weten wat er gaande is en wat er gaat gebeuren. Ik ben daarbij een gids, kun je zeggen. Hij/zij kan dan terugkomen bij mij om een weloverwogen beslissing te nemen over een verdere behandeling. Je kunt beter samen een beslissing nemen, arts én patiënt”, voegde hij eraan toe.

De specialist zei verder: “Apps kunnen ondersteunend zijn, meer niet. We maken er een klein stapje mee vooruit, zo moet je het zien. De informatie via internet bevindt zich in een hype-fase. Het is niet aangetoond dat eHealth goedkoper is. Via persoonlijk contact met je arts kun je drie belangrijke vragen stellen: welke (behandel)opties heb ik; welke resultaten kan ik verwachten en wat zijn de risico's voor mij? Daarover kunnen praten, face to face, is van wezenlijk belang.”

Levensdossier
De derde spreker was dr. William Goossen, directeur van Results4Care. Hij richt zich op onderzoek, ontwikkeling, onderwijs en advies over de informatievoorziening in de zorg. Hij bleek een voorstander te zijn van de aanleg van een levensdossier, Daarin houdt iemand bij wat hij/zij op medisch gebied overkomt.

“Er is weliswaar een elektronisch patiëntendossier (EPD), maar dat is in tien stukjes opgedeeld. Elke specialist beheert een stukje. Je moet tien loketten af om een compleet plaatje te hebben.” Bij een levensdossier speelt uiteraard ook een aspect als privacy een grote rol. Wat als je gegevens gekraakt worden? De opzet is dat de opslag door jezelf wordt beheerd. Wat Goossens dwars zit is dat de computerprogramma’s voor de artsen bij de behandeling van een patiënt gekoppeld zijn aan het bedrag dat zo’n behandeling moet kosten.

“De rekening zou het bijproduct moeten zijn”, aldus Goossens. “De patiënt staat centraal. Het moet gaan om de diagnose en dan de daaraan gekoppelde behandeling. Vervolgens gaat de nota naar de verzekeraar.”

Wanneer zoiets werkelijkheid in ons land? Dat is moeilijk aan te geven. Zoiets is nu nog incidenteel. Artsen moeten er ook in meegaan. Zoals dr. Oei handelt komt nog niet zoveel voor, meende Goossens.