Verslag september '12

  1. Home
  2. /Kenniscafé
  3. /Het KennisCafé in 2012
  4. /Verslag september '12

Kenniscafé over Identiteit en Binding

"Mythen zijn losgeslagen van de historische context"
“Integratiefase in Almere komt niet erg van de grond”

Tekst: Thijs Wartenbergh

Identiteit is een huis dat niet stabiel staat en daardoor steeds in beweging is. Genetisch gezien bestaat ´de Nederlander´ nauwelijks. De oer-Almeerer is waarschijnlijk een Amsterdammer. Mythen beheersen de oorsprong van Flevoland. Identiteit is wat je hebt. De burger moet co-creator van de stad zijn.

Dit waren enige opmerkelijke uitspraken tijdens het eerste KennisCafé Almere na de zomervakantie, onder de titel 'Identiteit en binding'. Om dit thema toe te lichten waren dr. Amade M’çharek, universitair hoofddocent Sociologie en Antropologie aan de Universiteit van Amsterdam, Demelza van der Maas, promovendus Geschiedenis aan de Vrije Universiteit en Marcel Kolder, identiteitspecialist en publicist, uitgenodigd. Zij werden ondervraagd door Peter van Schooten.

Wat is identiteit?
Om te beginnen maar de vraag wat identiteit is. Dat is nog niet zo makkelijk, zei M’charek. “Je moet identiteit zien als een huis met een slechte fundering. Het is niet stabiel en staat voortdurend te wiebelen. Identiteit bouw je op tijdens je leven. Het huis wordt dan steviger. Identiteit is deels van jezelf, en deels van een groep, bijvoorbeeld een buurt, je familie, een land.”

Identiteit is zo ingewikkeld dat het vaak verward wordt met imago. Identiteit is ook iets waarbij je anderen de ruimte moet laten. Anders bestaat de kans op discriminatie, gaf ze verder aan. En DNA dan? Kan dat geen uitkomst brengen? Je kunt er wel iemand mee identificeren, na een misdaad bijvoorbeeld, maar even zeggen waarom Friezen anders zijn dan Limburgers is niet zo eenvoudig. Inwoners van Urk en Volendam, die jarenlang vrij geïsoleerd hebben geleefd, daar kun je nog wel eens bepaalde, gelijke kenmerken herkennen.

Via opgravingen komt  er ook nog wel eens wat boven water. Dat merkten ze in Vlaardingen, waar inwoners uit die stad waren opgegraven. Zij hadden in de 11e eeuw geleefd. Vervolgens is er bij een aantal Vlaardingers DNA afgenomen. Daaruit bleek dat er verwantschap met de middeleeuwers was. “Dat is interessant”, aldus M’charek, “het geeft een stad en de Vlaardingers identiteit. Je kunt je als stad met zoiets profileren.”

Mythen
“We zijn veel met identiteit bezig”, liet Van der Maas daarna weten. ”Dat komt omdat we via internet met de hele wereld in aanraking komen. Je wilt als individu weten hoe jij daar in staat.” Ze heeft de cultuur-historische geschiedenis van Flevoland bekeken. Ze heeft met name onderzocht hoe door erfgoedinstellingen, zoals musea, betekenis wordt gegeven aan het verleden.

Ze bestudeert hoe die erfgoedinstellingen de verhalen over de geschiedenis presenteren. Daarbij valt alles, meent ze, terug op drie mythen. Die worden zo vaak herhaald, dat ze als een soort waarheid gelden, maar in feite los zijn komen te staan van de historische context. De eerste is de ‘oermythe’, die laat zien hoe het Nederlands landschap uitgevoerd zou kunnen zijn. Als voorbeelden noemt zij de Oostvaardersplassen en archeologisch onderzoek naar de eerste bewoners van het gebied dat nu Flevoland is.

Dan is er natuurlijk de pioniersmythe. Die wordt te pas en te onpas uit de kast gehaald, meent ze. In Almere Poort worden de bewoners als pioniers gezien, terwijl dat pionieren in Flevoland in feite alleen in de Noordoostpolder een feit was. En ook hebben we de mythe van de strijd tegen het water. De polder is veroverd op de zee en nu wonen we met ons allen op de bodem van de zee.
Het wordt allemaal nogal overdreven, aldus Van der Maas. “Dat komt met name omdat men de Almeerder, die in dit gebied geen gemeenschappelijk verleden en geen gemeenschappelijke identiteit heeft, een identiteit wil bezorgen. Dat lukt vaak niet. De identiteit wordt ze opgedrongen. Iemand die vanuit Amsterdam in Almere komt wonen, hoort opeens dat hij een soort pionier is! Dat zegt hem niets. Wat zou kunnen helpen is om meer initiatieven van mensen zelf toe te laten. Zij hebben hun verhalen en ideeën. Laat die vaker horen.”

Imago
Als het imago overeenkomt met de identiteit, dan heb je een ideale situatie. Dat zei Kolder. Hij helpt bedrijven met het opbouwen van een beeld naar buiten. Daarbij moet voorkomen worden dat dit tot een negatieve beeldvorming leidt. Een goed imago betekent vertrouwen bij de consument. Een goed imago helpt een bedrijf verder. Apple en innovatief denken zijn één. Die visie moet hoe dan ook overeind blijven.

Bedrijven die een verhaal vertellen, dat is de laatste tijd erg zichtbaar geworden. SteveJobs, was hij nu wel de fantastische uitvinder bij Apple? “Er doen ook heel andere verhalen over hem de ronde”, aldus Kolder. Het imago overzetten op een stad is goed mogelijk, meent hij. Almere heeft niet bij iedereen een even goed imago (‘lelijkste stad van Nederland’). Dat geldt voor mensen die er niet wonen. Zij die voor de stad gekozen hebben, vinden het hier prima.

Almere zat aanvankelijk in een pioniersfase, die na een aantal jaren werd gevolgd door een differentiatiefase. De keuze in huizen werd groter en het aantal voorzieningen nam toe. Nu wacht de derde fase, meent hij: de integratiefase. De Almere Principles moeten daarbij bijvoorbeeld helpen. Het stadsbestuur weet zich er echter geen raad mee. Dat integreren lukt niet erg.

Mensen moeten zelf verhalen gaan vertellen, aldus Kolder. Het stadsbestuur moet meer loslaten. Zodra er een stedenbouwkundige bij komt, gaat het fout. Het moet meer bij de burger komen te liggen. Nobelhorst kan wat dat betreft een goed voorbeeld zijn. De inwoner moet co-creator van de stad zijn, is zijn visie. “Ik zou zeggen: luister meer naar de burger.”