Verslag maart '14

  1. Home
  2. /Kenniscafé
  3. /Het Kenniscafé in 2014
  4. /Verslag maart '14

Data mining

“Met een overload aan data vind je geen terrorist”
“Computers worden niet creatiever als je ze steeds voller stopt met gegevens”
“Met goede mensen, data-scientists, haal je de meest geschikte gegevens naar boven, geld is niet de doorslaggevende factor”

Tekst: Thijs Wartenbergh

Het Kenniscafé van 27 maart stond in het teken van data mining. Dat is het zoeken naar regelmaat in data, gegevens, bij voorkeur naar patronen, waar een vervolgstap mee gedaan kan worden. Dat zei Arno Siebes, hoogleraar Algoritmische data-analyse bij de Universiteit Utrecht, een van de drie sprekers. Een supermarkt, gaf hij als voorbeeld, wil weten welke klanten altijd boerenkool met rookworst kopen, en welke niet. “Een winkelorganisatie kan daar vervolgens iets mee doen door het doen van speciale aanbiedingen”, aldus Siebes.

Om bepaalde patronen te vinden (die je vervolgens bepaalde kennis opleveren), moet er gekeken worden naar combinaties van dingen. Dan kom je op een punt waarop het erom draait dat je patronen op een efficiënte manier vindt. “Dat kan door die gegevens ‘in te dikken’, om het zo maar te zeggen. En wel zodanig dat die gegevens jou alles vertellen wat er in die talloze patronen zit”, vertelde hij.

Bij het vergelijken van gegevens komt al snel het aspect ‘privacy’ om de hoek kijken. “Als je ziet wat mensen allemaal op Facebook zetten, dan moet je niet over privacy gaan zeuren. Ik hou me verre van Facebook.” Hij ontzenuwde de veronderstelling dat met computers alles wel op te lossen is. “Computers worden niet creatiever als je ze steeds voller stopt met gegevens.” Verder liet hij weten dat gegevens niet gekoppeld mogen worden. “Dat staat de wetgeving niet toe.”

Het juiste bericht
Remco Wilting, marketingconsultant bij VODW, vertelde dat klanten vroeger een lawine aan berichten kregen toegestuurd, nu wordt dat meer en meer op de klant afgestemd: het juiste bericht naar de juiste klant. Daarmee ondersteunt dit bedrijf ondernemingen op het gebied van strategie, marketing en innovatie. “We helpen bedrijven betere beslissingen te nemen.”

Zoals: hoe de klanten van zijn werkgever, zoals banken, verzekeringsbedrijven en energieleveranciers, de juiste producten kunnen aanbieden aan hun doelgroep, hoe duur die producten moeten zijn en of ze wellicht een bepaalde investering moeten doen. “Ook wij letten, zoals Arno Siebes al aangaf, op bepaalde patronen in gegevensbestanden. Vooral wordt gelet op het gedrag van mensen. Daarmee wordt een bepaalde gedragsvoorspelling mogelijk. Het kan voor een bedrijf interessant zijn over zekere, relevante gegevens te beschikken. Dat zegt ze meer over hun klanten.

Daarmee wordt het mogelijk mensen een persoonlijke aanbieding te doen, met betrekking tot een vliegticket bijvoorbeeld, en daarop aansluitend een passend hotel. Volgens Wilting is het niet automatisch zo dat grotere bedrijven meer gerichte aanbiedingen kunnen doen, omdat ze over meer geld beschikken. “Het is meer een kwestie van kennis, het is niet zozeer een budgetkwestie. Software is vaak gratis te verkrijgen. Het gaat erom dat je over kwalitatief goede medewerkers beschikt, zogeheten data-scientists.”

Verzamelen
We hebben uiteraard liever geen terroristische aanslagen in ons land. Die dienen voorkomen te worden, maar hoe doe je dat? Jelle van Buuren onderzoeker aan het Centre for Terrorism and Counterterrorism van de Universiteit Leiden, had daar wel bepaalde ideeën over. “Als een gek van iedereen gegevens verzamelen, is vaak niet de aangewezen manier om terrorisme te bestrijden. Die aanpak is nauwelijks zinvol, zo leert de praktijk. Die kan zelfs minder efficiënt zijn”, zei hij.

Zeker niet als je zogenaamde ‘lone wolves’ wilt pakken: eenlingen, zoals degene die in Apeldoorn op Koninginnedag (2009) met een auto op de bus met het koninklijk bezoek wilde inrijden. Hoe vind je zo’n individu? Het bepaalt wel de perceptie hoe veilig we ons voelen ten aanzien van aanslagen. “Ik kan wel zeggen dat de politiek de afgelopen tien jaar nogal extreem gereageerd heeft wat dit onderwerp betreft.”

Gelukkig zijn er weinig voorbeelden van terrorisme bij ons. De inlichtingendiensten doen kennelijk goed werk. Van Buuren: “Doordat er niet veel gebeurt, is er sprake van een laag veiligheidsbewustzijn bij mensen. ‘Er moet eigenlijk weer iets gebeuren, dan verandert dat wel’, zei iemand laatst. Nou ja, dat is idioot natuurlijk.”

Maar ja, gegevens verzamelen is toch wel handig. Dat wordt ook ingegeven door 9/11. “Het  idee is dat hoe meer je gegevens verzamelt, de kans toeneemt dat je een potentiële terrorist ontdekt. Dat is echter niet zo zinvol. Van die aanpak zijn niet veel succesverhalen te vertellen. Wel, als je eenmaal iemand hebt, dan kunnen gegevens van pas komen. Politici waken er wel voor een stapje terug te doen op dit punt: die zullen nooit zeggen, het kan allemaal wel wat minder. Wie weet mis je dan wel een terrorist!”

Veldagenten
Data mining is dus kennelijk niet dé oplossing om terroristen boven water te krijgen. Mensen in het veld inzetten blijkt vaak wel zo effectief, aldus Van Buuren. “De CIA had ooit veldagenten teruggehaald omdat de inzet van satellieten beter werd geacht. Daar is men van teruggekomen. De ‘ouderwetse’ inzet van mensen op de grond die contacten konden leggen, was – zo werd ingezien - toch zo slecht nog niet.”

Voorlopig blijkt angst en veiligheid onder de burger goede handel op te leveren. Zo zien we ons sinds enige tijd geconfronteerd met drones, geluidloze, onbemande luchtvaartuigen. Een erfenis van de luchtmacht. Slimme jongens meenden dat we deze militaire technologie ook wel in de ‘burgermaatschappij’ konden gebruiken. “Dat soort ontwikkelingen zullen we de komende tijd nog wel vaker zien”, voegde hij eraan toe.