Verslag februari '14

  1. Home
  2. /Kenniscafé
  3. /Het Kenniscafé in 2014
  4. /Verslag februari '14

Over Water

 “Nederlandse dijkgraven zijn jaloers op sterke dijken Flevoland”
"Een archipel van eilanden moet het Markermeer tot leven brengen"
"Duinen dienen vooral breed te zijn"

Tekst: Thijs Wartenbergh

De zeven gemalen in Flevoland pompen per dag een hoeveelheid water de polder uit dat gelijk staat aan de inhoud van 1.000 Olympische zwembaden. Menige dijkgraaf in Nederland is jaloers op de sterkte van de Flevolandse dijken. Om het grotendeels ‘dode’ Markermeer weer tot leven te wekken komen er eilanden tussen Lelystad en Enkhuizen. Een ‘zandmotor’ in Zuid-Holland moet, als proef, onze duinen versterken.

Het thema van Kenniscafé Almere van 27 februari was ‘Water’ en vooral hoe we, kort gezegd, droge voeten houden in Flevoland. Het waterschap Zuiderzeeland speelt daarin een grote rol. Dijkgraaf Hetty Klavers vertelde dat dit waterschap erop toeziet dat in Flevoland het waterpeil op een vooraf vastgesteld niveau blijft. Voorts worden de dijken (met een totale lengte van 251 km), evenals vaarten en tochten, onderhouden, bewaakt het waterschap de waterkwaliteit en wordt het afvalwater gezuiverd dat afkomstig is van inwoners en bedrijven.

Natte voeten
“Als de pompen een dag niet werken, dan hebben we in de polder 3 mm water erbij. Na een paar dagen hebben we echt wel natte voeten”, lichtte ze het belang van de aanwezigheid van de gemalen toe. Het zuiveren van ons afvalwater is evenzeer een belangrijke taak. Hoe smerig, en hoe schoon, dat water kan worden liet ze zien in verschillende flessen die ze had meegenomen. “Na diverse procedures van reinigen, is het dermate schoon dat het niet gedronken kan worden maar wel voldoende kwaliteit heeft om het te lozen op het oppervlaktewater”, aldus Klavers.

Belangrijkste aspect blijft toch: hoe veilig wonen we in Flevoland? Zijn de dijken sterk genoeg? We krijgen immers te maken met een stijging van de zeespiegel. “De dijken zijn stevig gebouwd”, zei Klavers ter geruststelling. “Ze hebben zand als ondergrond en zakken daardoor niet weg, zoals elders gebeurt waar de bodem uit veen bestaat. Daarom zijn andere dijkgraven nog wel eens jaloers op onze sterke dijken.”

En wat de stijging van de zeespiegel betreft: om de veiligheid in het IJsselmeergebied te garanderen zijn investeringen noodzakelijk. De installatie van heel grote pompen in de Afsluitdijk kan voorkomen dat het waterpeil in het IJsselmeer meestijgt met de zeespiegel. Dat lijkt kostbaar, maar is goedkoper dan de dijken verhogen. Klavers ten slotte: “Wij kunnen met ons allen ook ons steentje bijdragen. Door onze tuinen niet te ‘asfalteren’, maar te zorgen dat er voldoende mogelijkheden voor het water is om in de grond weg te zakken.”

Markermeer
Roel Posthoorn, gebiedsadviseur bij Natuurmonumenten, ging vervolgens in op het herstelplan 'Marker Wadden’ voor de natuur in het 70.000 hectare grote Markermeer. Eén van de meest uitgestrekte zoetwatermeren van Europa. Want ingrijpen is hard nodig, gaf Posthoorn aan: 50.000 van de 70.000 hectare is er erg slecht aan toe.

Deze doodzieke patiënt moet overeind worden geholpen met natuureilanden, is de bedoeling. Het ontwerp lost het hardnekkige slibprobleem op waarmee dit natuur- en watersportgebied al jaren kampt en verrijkt tegelijkertijd het Markermeer met natuuroevers.

“Het probleem is”, legde Posthoorn uit, "dat het Markermeer geen natuurlijke oevers heeft. Plekken voor vissen om te paren zijn er nauwelijks. Het water is troebel door de slib die van de bodem wordt losgewoeld. Daardoor verdwijnen de al jaren in grote aantallen aanwezige driehoeksmosselen (die het slib filteren) en dat zorgt weer voor minder vogels die qua voeding voor een deel afhankelijk zijn van de mosselen. Het is een vicieuze cirkel die doorbroken moet worden, wil het meer weer tot leven komen.”

Archipel
Volgens hem moet er tussen Lelystad en Enkhuizen een archipel aan eilanden komen. Voor het eerste eiland is er geld (45 miljoen euro) beschikbaar. De werkzaamheden daaraan kunnen eind volgend jaar beginnen. Eind 2020 moet het project gereed zijn.

Posthoorn: “Belangrijkste kenmerk is het graven van gleuven waar het slib in kan wegzakken. Bij het graven van de greppels komen klei en zand vrij. Daarmee wordt een soort atol gevormd. Via een pomp wordt het slib naar boven gehaald en op het eiland gestort. Zo ontstaat een slibdepot. Daarmee slaan we twee vliegen in één klap: we ruimen het slib op en er ontstaat een eiland. Hoe dat qua recreatie ingevuld moet worden is nog onduidelijk. Dat bekijken we nog: mensen moeten de natuur niet in de weg gaan zitten.”

Duinen
Zijn onze duinen wel sterk genoeg? Je zou kunnen denken: houden die de komende jaren het zeewater afdoende tegen. Daar doet Lianne van der Weerd, verbonden aan de Universiteit Twente, onderzoek naar. De proef met een zogenaamde ‘zandmotor’ van 21 miljoen kubieke meter zand (2 bij 1 kilometer groot) bij Ter Heijde aan de kust van Zuid-Holland, moet tonen dat dat een goede oplossing is.

Die zandmotor is een andere aanpak dan het aanbrengen van de gebruikelijke zandsuppleties: het toevoegen van zand op plekken waar dat nodig is (de Hondsbossche Zeewering is zo’n erkende zwakke plek). Het gaat er daarbij niet om dat de duinen zo hoog mogelijk zijn, maar ze dienen vooral breed te zijn.

Van der Weerd: “De zandmotor is een schiereiland van zand. Door wind, golven en stroming verspreidt dit zand zich langs de kust. Daar ontstaan nieuwe stranden of duinen die de kust versterken. Ook de bestaande duinen worden steviger. Bijzonder aan de zandmotor is dat er tijdelijk extra ruimte voor natuur en recreatie ontstaat op dit door zand uit de Noordzee gevormde eiland.”

Ofwel, met natuur wordt gebouwd aan nieuwe duinen, liet ze verder weten. Nu gaat het erom: hoe weet je of de duinen sterker worden via die zandmotor? Van der Weerd: “Met GPS wordt de hoogte gemeten. Dat is niet het enige. Camera’s leggen vast wat er met het zand gebeurt. Aan de hand van lichte en donkere plekken kun je op die afbeeldingen het ‘zandtransport’ volgen. Het is nu nog te vroeg om al te zeggen of deze werkwijze succesvol is. Hier en daar zijn er wel al hoogteverschillen waar te nemen.” Dat stemde de bezoekers optimistisch!