Verslag oktober '12

  1. Home
  2. /Kenniscafé
  3. /Het KennisCafé in 2012
  4. /Verslag oktober '12

KennisCafé over Robotica en Kunstmatige intelligentie

“Als je robot maar van je houdt.”
“Maar je angst of gevoelens herkennen, daartoe zijn ze niet in staat”
“De mens is echter completer.”

Tekst: Thijs Wartenbergh

Een robot, Nao, die kan voetballen door steeds opnieuw de bal weet te detecteren door met het hoofd te draaien, die zelf kan gaan staan na te zijn gevallen: vol bewondering en verbazing keken de bezoekers aan het Kenniscafé naar dit grappige, 50 cm hoge en 10.000 euro kostende apparaat vol hoogwaardige technologie. Het gaf de bijeenkomst een interactief element dat door de aanwezigen als aangenaam en vermakelijk werf gezien.

Aan de hand van presentator Peter van Schooten werd door drie deskundigen gediscussieerd over het de mogelijkheden en onmogelijkheden van de robot. Het Alan Turing Instituut Almere (ATIA) zet kunstmatige intelligentie in voor medische doeleinden, vertelde Gerard Jansen, directeur van deze organisatie. Die helpt zorginstellingen die gegevens over bepaalde ziekten hebben verzameld. “We proberen vervolgens te voorspellen wat de beste behandeling voor een patiënt”, aldus Jansen.

Maar, zou je kunnen zeggen, kan een arts zelf niet een diagnose stellen? Dat is immers zijn werk! Jansen: “Een arts krijgt zoveel data te verwerken, dat is voor hem of haar nauwelijks te bevatten. Een computer kan alle gegevens overzien. Een arts moet dan wel kunnen begrijpen welk ‘ besluit’ de computer heeft genomen. Dat kan, je kunt terughalen hoe de beslissing  tot stand is gekomen.”

Groene kaart
Ter vergelijking: vroeger werkte de arts met een groene kaart, waarop alle gegevens van de patiënt stonden. “De dokter had de data van die ene patiënt, maar kon die gegevens over een bepaalde aandoening niet combineren met de data van andere patiënten. Dat kan nu wel.” De conclusie die uit de computer rolt is een advies aan de arts, met 80 procent zekerheid dat het de juiste keuze is. Het Alan Turin Instituut is voorts betrokken bij een onderzoek naar obesitas in het Zuiderzeeziekenhuis in Lelystad.

Met een blik op de robot zei Jansen: “De computer kan heel snel rekenen en versloeg daarom ook schaakkampioen Kasparov. De mens is echter completer. Het mooiste is als we samen optrekken, de computer, c.q. de robot, en de mens. Dan worden de mooiste resultaten bereikt.”

Vertedering
Het is van plastic en metaal, je weet dat een – in dit geval -  nagebouwde dino een robot is en toch roept deze een bepaalde vertedering op. Marcel Heerink, coördinator van de activiteiten van het lectoraat Robotica bij Hogeschool Windesheim Flevoland, zei dit terwijl hij de mini-dinosaurus op tafel zette en plaats nam tegenover Van Schooten. Heerink onderzoekt de interactie tussen mens en robot.

“We weten het, een robot is een geprogrammeerde computer, maar mensen roepen al gauw bij het zien van de dino iets van ‘ schattig’ en ‘ lief’. Ze willen ‘m aaien. Dat is ook de reden waarom met name dementerende ouderen iets hebben aan zo’n robot. Ze worden er wat interactiever door en hebben iets om voor te ‘zorgen’, als het ware. Ook bij autistische kinderen kan een robot helpen om deze kinderen, die veelal moeilijk communiceren, wat makkelijker te laten praten”, aldus Heerink, die binnenkort een nieuw boek, ‘Als je robot maar van je houdt’, publiceert.

‘Frankenstein-complex’
Hoewel gevoelens van vertedering overheersen bij zo’n leuk robotje, vinden sommigen het ook een beetje eng apparaat. Die hebben er een bepaalde weerstand tegen. “Dat noemen we het ‘ Frankenstein-complex’ , de angst dat robots ons op den duur gaan overheersen. Zoiets. Dat is in Japan, door een andere cultuur, heel anders. Daar kijkt men niet angstig naar robots en worden deze al gauw als nuttige aanvullingen in het dagelijkse leven gezien.

Dat aspect ‘eng’ is niet geheel onlogisch. De robot kan je gezicht herkennen bijvoorbeeld, aldus Heerink. Je kunt ‘m iets leren, niet van de tafel te lopen bijvoorbeeld. Een robot kan ook voor iets nuttigs ingezet worden: fitnessoefeningen voordoen bijvoorbeeld. Over nuttig gesproken: robots kunnen operaties uitvoeren. Patiënten in ons land hebben dat echter liever niet. In Japan weer wel.

Nog even terug naar de ‘macht’ die robots zouden kunnen krijgen op den duur. “De macht overnemen is een groot woord”, aldus Heerink. “Individuele robots kunnen niet veel doen op dat punt, groepen robots die met elkaar kunnen communiceren wel. Die zijn samen krachtig en kunnen een team vormen. Dat is zelfs bedreigend. In Amerika zijn er al meerdere militaire toepassingen. Als die ‘out of control’ raken, dan zijn de gevolgen groot.” Denk hierbij ook aan de Drone, het op afstand bestuurbare vliegtuig.

Techniek
Ben Kröse, bijzonder hoogleraar Ambient Robotics aan de Universiteit van Amsterdam, kijkt niet zozeer naar de acceptatie van de robot – zoals Heerink – maar meer naar de techniek ervan. Naar gezichtsherkenning onder andere. Hij gelooft niet dat het gebruik van de robot de komende tien jaar een grote vlucht zal nemen, “Cognitief kunnen ze heel wat, maar je angst of gevoelens herkennen, daartoe zijn ze niet in staat”, aldus Kröse.

In het verleden, onder meer in Almere, is gekeken hoe ICT-toepassingen het leven in ons huis aangenamer kunnen maken. Zoals op afstand het gordijn dicht en open doen. Daar bleek, met uitzondering van een intelligente thermostaat, weinig behoefte aan te zijn. In de zorg liggen meer kansen, meent hij. Daarbij wordt het voor ouderen mogelijk om langer thuis te blijven wonen, wat de kosten voor de zorg omlaag brengt. Dan kunnen ouderen ook fitnessoefeningen doen, het werd al eerder aangegeven, via een robot, Brad Fit, vernoemd naar en lijkend op Brad Pitt.

Hij ziet vooral veel in detectie: het registreren dat iemand is gevallen in huis bijvoorbeeld. “Dat alarmeringssysteem wordt toegepast op robots”, meent Kröse. “Die maakt een 24-uur monitoring mogelijk. Het wordt daarbij doorgegeven als iemand niet beweegt. Je kunt ook denken aan mogelijkheden om ouderen, die vaak vergeetachtig zijn, erop te attenderen dat ze hun medicijnen moeten innemen.”