Verslag januari '14

  1. Home
  2. /Kenniscafé
  3. /Het Kenniscafé in 2014
  4. /Verslag januari '14

Over Taal

"Een computer moet je trainen om de goede betekenis te kiezen"
"Elke taal is begonnen als dialect"
"Een goede rapper kent en begrijpt de taal"

Tekst: Thijs Wartenbergh

We willen weten hoe een kind van vier jaar spelenderwijs een taal kan leren. Elke taal is zijn leven begonnen als dialect. Dialecten in Limburg kunnen goed overleven. Rappers spelen met taal en verzinnen woorden waar je bij staat.

Dit waren enkele opmerkingen tijdens het Kenniscafé van 23 januari 2014, waarbij de vele aspecten van ‘taal’ centraal stonden. Onder leiding van Peter van Schooten kwamen Piek Vossen, hoogleraar computationele lexicology bij de VU en winnaar van de Spinozaprijs, Sjef Barbiers, hoogleraar Variatielinguïstiek van het Nederlands bij het Meertens Instituut, mede-samensteller van de Nederlandse dialectatlas, en taalkundige Anne Sollie over dit item aan het woord. Het volgende Kenniscafé staat voor donderdag 27 februari op het programma en heeft als onderwerp 'Het Water'.

Lezende computer
Piek Vossen onderzoekt hoe computers taal kunnen begrijpen. Hij werkt toe naar de ‘lezende computer’. Daar wordt bij de Vrije Universiteit (VU) al enige tijd mee geëxperimenteerd. Het geld van de Spinozaprijs die hij won, 2.5 miljoen euro, mag hij vrijelijk besteden aan onderzoek en salaris van onderzoekers. De lezende computer kan dan een stap dichterbij komen.

Leuk, maar wat hebben we daaraan, vroeg Van Schooten. Vossen: “We zijn nu met een onderzoek bezig naar diverse activiteiten die autofabrikanten tijdens de financiële crisis in Duitsland hebben ondernomen. Er zijn overnames geweest, fusies, deals en dergelijke, maar de informatie hierover is zo overvloedig dat er nauwelijks nog een touw aan vast te knopen is. Een computer kan daar orde in brengen, verbanden leggen en een beeld geven van wat er gaande is geweest. Die gegevens kunnen bepaalde bedrijven vervolgens gebruiken. Voor een mens is het, door de veelheid aan gegevens, bijna ondoenlijk zo’n overzicht samen te stellen.”

Dat klinkt goed, maar hoe krijg je een computer zover dat die daartoe in staat is? Vossen: “De computer loopt door een tekst heen en die probeert dan de betekenis van die woorden in de tekst te bepalen. Je pakt woorden die de meeste betekenissen hebben en als je die in een zin zet, dan heb je al snel twee miljard combinaties aan betekenissen. Neem een woord als ‘band’, dat heeft 12 betekenissen. Het woord ‘stuk’ eveneens. We hebben meteen een associatie bij de woorden 'band' of 'stuk' als die gebruikt worden. De lezende computer heeft geen weet van al die betekenissen. Die moet al die combinaties afgaan. Die moet in feite een puzzel oplossen van 2 miljard mogelijkheden. Als je een computer niet ‘helpt’ dan weet-ie niet welke de goede oplossing hij moet hebben. Een computer moet je gaan trainen om de goede te kiezen. Daar zijn we volop mee bezig.”

Systematieken
Taal heeft allerlei niveaus, gaf Barbiers aan: qua woorden, zinsbouw en klank. Die kun je omschrijven als systematieken. Zij vormen samen het begrip ‘taal’. Zijn vakgebied, Variatielinguïstiek van het Nederlands, wil dat ontrafelen, beter leren begrijpen. Linguïstiek is taalkunde. En daar zitten veel mogelijkheden, variaties, in. Vandaar de titel van het vakgebied.

Barbiers: “Als een vierjarig kind naar school gaat, zit die systematiek voor een groot deel al in het hoofd. Die systematiek is overigens buitengewoon ingewikkeld. Zo’n kind kan, qua cognitief niveau, nog niet de hoofdsteden van alle landen in Europa leren. Maar wij, als taalkundigen, willen ontdekken wat die systematiek is. Hoe kan een kind die systematiek spelenderwijs, zonder instructies, leren?”

De variaties, lichtte hij verder toe, zitten voor een deel in het hoofd, en komen voor een deel van de buitenwereld. Dat kan afhangen waar je vandaan komt, je dialect, het kan te maken hebben met de sociale klasse waartoe je behoort. Barbiers: “Prinses Beatrix, bijvoorbeeld, die heeft voor een deel hetzelfde als ik in haar hoofd, maar denkt voor een deel ook anders. Dat komt door haar afkomst.”

Hij heeft zich nadrukkelijk met dialecten beziggehouden. “Je kunt zeggen", aldus Barbiers, “dat elke taal begonnen is als dialect. Dialect is een taal die door een kleine groep mensen – door een regio beperkt - gesproken wordt. Meestal staat er niet veel van op schrift. Gesproken taal was er eerst, geschreven taal  is er een afgeleide van. Geschreven taal is eigenlijk geen taal. Daarom is spelling niet belangrijk voor taal. Dialect heeft geen schrift en dialect is niet gecultiveerd.”

Het Nederlands als standaardtaal is dus ook ooit begonnen als dialect. Een standaardtaal is in feite een dialect met een sausje. Het Limburgs had daarom best onze standaardtaal kunnen worden, als de politieke- en economische omstandigheden anders waren geweest.

Hiphoptaal
Anne Sollie heeft onderzoek gedaan naar hiphoptaal, straattaal en de betekenis van rapteksten. Daar zit letterlijk en figuurlijk meer in, vertelde ze, dan je in eerste instantie wellicht zou denken. Qua niveau en qua intelligentie. “Hiphop is een cultuur, een way of life, het gaat niet alleen om teksten, maar ook om kleding en dans. Kortom, het is een levensstijl.”

Het begon allemaal in de jaren '70 in de achterbuurten van steden, met name door Afro-Amerikanen en latino’s. Zij werden vaak bij feesten buitengesloten en begonnen, als reactie, hun eigen partijtjes. Bijvoorbeeld op een basketbalveldje of in een kelder. Op die manier bijeen zijn verbroedert. De rap is daar, en ook in ons land, vaak lokaal of regionaal gebonden; je laat horen waar je vandaan komt.

Bij de eerste feesten in Amerika werd muziek gemaakt en op het ritme van die beat begon men te praten. De rap was geboren. Aanvankelijk door een master of ceremony (MC), een host, ‘gastheer’. Daar kwam soms een tweede bij, die gingen in woord tegen elkaar opboksen. Het zogenaamde ‘battelen’, van ‘battle’. Taal was het allerbelangrijkste element hierbij. De beat was vrij simpel, dus je kon je alleen onderscheiden als wat je zei bijzonder, grappig of opmerkelijk was. Het was een creatief gebeuren.

Sollie: “Maar het is ook een geheel waarbij intelligentie een rol speelt. Om goed te zijn in hiphop moet je de taal goed kennen en begrijpen. Om iets aparts te doen werden soms woorden uit een andere taal ‘geleend’, of werden woorden verzonnen. Dat laatste klinkt makkelijk, maar zo’n nieuw woord moet wel in de context passen. Het is niet de bedoeling dat de betekenis ervan uitgelegd wordt. Luisteraars moeten snel het idee krijgen: dat bedoelt hij ermee. Dat is de kunst."

Dat maakt een rap ook tot poëzie. Er ontstaan nieuwe woorden. "Ik heb veel van die teksten onderzocht. Er worden taalkundige regels gebruikt, zoals alliteratie, Soms worden woorden expliciet gelaten en zie je pas na enige tijd wat ermee bedoeld wordt. Er wordt dan gespeeld met de dubbele betekenis van een woord.

Van een rap moet je eigenlijk een soort studie maken, daarmee wordt zo’n tekst leuk. Dan begrijp je het beter en zie je de onderlinge verbanden. Ik heb van acht Nederlandse rappers teksten verzameld. Dat wil zeggen, ernaar geluisterd (niets staat op papier), ze opgeschreven en door hen laten controleren. Ik wilde weten: wat zie je nu in die teksten terugkomen, waarom lijkt het op poëzie? Ik ging de taal in feite statistisch in cijfers omzetten, zodat je een verband ziet."