Verslag mei '14

  1. Home
  2. /Kenniscafé
  3. /Het Kenniscafé in 2014
  4. /Verslag mei '14

Over Forensisch onderzoek

"Het oplossen van cold case-zaken geeft rust aan de nabestaanden"
"Als patholoog ben ik er om de overledene te helpen"
"Advocaten adviseren hun cliënt steeds vaker niet mee te werken aan een psychologisch onderzoek"

Tekst: Thijs Wartenbergh

Sporenonderzoek staat erg in de belangstelling. Amerikaanse tv-series als CSI zijn populair bij de Nederlandse kijker en hebben ervoor gezorgd dat jongeren grote belangstelling hebben voor een forensische studie. Tijdens het laatste Kenniscafé voor de zomervakantie lieten drie deskundigen hun licht schijnen over het zoeken naar de dader van een misdaad aan de hand van sporenonderzoek.

Een van hen was Bernard Jens, woordvoerder bij de Utrechtse politie. Hij is betrokken bij cold case-onderzoeken, niet opgeloste misdaden die worden heropend. “Het heeft zeker zin om na tien jaar zo’n zaak weer eens te bekijken. Dat doen niet dezelfde rechercheurs van weleer, maar anderen. Die hebben een frisse blik ten opzichte van de zaak. Een cold case oppakken is nuttig omdat sommige betrokkenen bij een misdaad na zo’n lange tijd willen praten. Iets wat ze, kort na het incident, niet durfden. Vaak speelt hun geweten op, waardoor men toch iets wil vertellen wat tot de oplossing van een zaak zou kunnen leiden”.

Nieuwe technieken
Nieuwe technieken spelen eveneens een grote rol om beweging te krijgen in een jarenoude misdaad. DNA-onderzoek maakt het mogelijk om van een druppel bloed al iets te achterhalen. Isotopenonderzoek biedt eveneens kansen. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat elk element, zuurstof of waterstof bijvoorbeeld, een bepaalde mate van radioactiviteit heeft. Daarmee wordt het maken van een tijdslijn mogelijk.

Jens: “Het gebruik van sterke microscopen levert ook nog wel eens wat op. Zo hebben we een moord op een journaliste kunnen oplossen omdat in haar schedel sporen (ijzerdeeltjes) van een slot werden aangetroffen. Dat werd vervolgens gelinkt aan een verdachte die al in beeld was, waarna de zaak succesvol kon worden afgerond.” Het is belangrijk, vervolgde hij, dat misdaden worden opgelost, hoe lang geleden ze ook gepleegd zijn. “Je wilt niet dat iemand wegkomt met een misdaad en bovendien geeft het rust aan de nabestaanden. Ze kunnen de dood van een geliefde dan een plaats proberen te geven.” Fouten worden er ook gemaakt. De verkeerde verdachten zitten dan soms jaren ten onrechte vast. De Puttense Moordzaak is er een bekend voorbeeld van. “Dat is afschuwelijk”, aldus Jens, “maar ook politiewerk blijft mensenwerk. En mensen maken soms fouten.”

Doodsoorzaak
Forensisch patholoog Pieter van Diessche zei vervolgens dat zijn werk ‘het in een lijk zoeken naar de doodsoorzaak’ is. Hij is een van de pathologen van Symbiant en voorheen werkzaam voor het Nederlands Forensisch Instituut. Van Diessche en zijn collega’s worden ingeschakeld als sprake is van een onnatuurlijke dood. Het al dan niet aanwezig zijn van een schuldvraag is eveneens belangrijk. “Het kan zijn dat ouders hun kind niet naar de dokter sturen als het wat mankeert. Dat komt de kwestie ‘schuld’ om de hoek kijken.”

Voordat hij, even kortweg gezegd, in een lijk gaat snijden, bekijkt een schouwarts via een uitwendig onderzoek op de plek van de misdaad of er een schuldvraag is. Eenmaal op de tafel bij de klinisch patholoog kan iemand inwendig onderzocht worden. Van Diessche: “Dan gaan zo nodig alle organen eruit, vindt een toxicologisch onderzoek plaats, wordt er bloed afgenomen, wordt er gekeken naar de darminhoud. Is sprake van een botbreuk? Een en ander pak ik op afhankelijk van wat er is gebeurd. Een toxicologisch onderzoek is anders dan een schotwond bestuderen.”

Sectie
Een sectie duurt gemiddeld 2,5 tot 3 uur, dat kan uitlopen, afhankelijk van de complexiteit. “Als iemand door een kogel is geraakt, dan is wel duidelijk dat die persoon vermoedelijk daardoor is overleden, maar de politie wil daarmee ook graag een mogelijk scenario bevestigd zien. Vanuit welke hoek is er bijvoorbeeld geschoten? Waar stond de dader? Ik heb een keer gehad dat een kogel een gezicht was binnengedrongen en via het sleutelbeen er weer was uitgegaan. Het leken twee kogelgaten te zijn, maar het ging uiteindelijk om één kogel”, aldus van Diessche.

Het komt zelden voor dat de doodsoorzaak niet wordt gevonden van iemand die onder verdachte omstandigheden om het leven is gekomen. “Er zijn wel een paar manieren die geen sporen achterlaten, maar daar mag ik niets over zeggen. Het zou mensen maar op ideeën kunnen brengen ... Smoren, met een hand voor de mond iemand de adem benemen, is ook altijd lastig. Maar vaak zie je minuscule beschadigingen aan de lip of neus, waardoor je toch weer een indicatie hebt.”

Hij zei ten slotte: “Ik ben er om een overledene te helpen. Ik wil niet een bepaald politieonderzoek sturen. Het is ook het beste als ik vooraf niets hoor over wat er gebeurd is met de overledene. Dan kan ik mijn eigen, onafhankelijke visie geven en word ik niet vooraf beïnvloed. Ik doe alles graag naar eer en geweten. Ik ga niet tegen de waarheid in.”

Gesprekken
Waar de forensisch patholoog met een lijk te maken heeft, daar voert forensisch psycholoog Frans Koenraadt, bijzonder hoogleraar forensische psychologie aan het Willem Pompe Instituut van de Universiteit Utrecht, gesprekken met mogelijke daders. “Als er tijdens het onderzoek twijfel rijst over de geestelijke gesteldheid van een betrokkene, dan word ik er bijgehaald om de persoon in kwestie nader te onderzoeken. Ik probeer de mate van toerekeningsvatbaarheid te achterhalen”, aldus Koenraadt.

Tijdens meerdere gesprekken, even aangenomen dat de persoon in kwestie wil spreken, probeert de forensisch psycholoog de nodige gegevens te verzamelen zodat de psychologische conditie van de betrokkene kan worden achterhaald.

“Het is zaak dat ik erachter kom hoe de psychische conditie was van de mogelijke dader ten tijde van het misdrijf. Dat is nog niet zo makkelijk. Was hij toen wellicht psychotisch? Dat kan. Maar hij/zij kan ook psychotisch zijn tijdens de gesprekken met mij. Omdat de betrokkene zich realiseert wat hij/zij heeft aangericht door iemand te doden bijvoorbeeld. Dat doet psychisch natuurlijk wel iets met je”, vertelde hij.

Meer zaken spelen een rol. Was er vreemd gedrag van de persoon omdat hij/zij drank of drugs had gebruikt? “Gaat het dan om een stoornis of heeft de betrokkene willens en wetens drug gebruikt?”, aldus Koenraadt.

TBS
Een andere belangrijk aspect is het opleggen van TBS door de rechter. Daar krijgt de psycholoog in het voortraject nadrukkelijk mee te maken.

“Nogal wat advocaten zeggen namelijk tegen hun cliënt dat ze niet moeten meewerken aan een psychologisch onderzoek door mij. Anders is de kans groot dat er door de rechter TBS wordt opgelegd. Het is namelijk niet ondenkbaar dat ik overtuigd raak van een psychische afwijking. Advocaten wijzen hun cliënt daarop. Dit is een van de redenen dat een rechter de laatste tijd minder vaak TBS oplegt dan voorheen. Dat advocaten er zo huiverig voor zijn komt omdat TBS er nogal eens toe kan leiden dat iemand uiteindelijk levenslang krijgt: de psychische stoornis blijkt dermate ernstig dat betrokkene op een long stay-afdeling belandt en altijd verzorgd moet blijven.”