Dijkdoorbraken

  1. Home
  2. /Watermanagement
  3. /Introductie
  4. /Dijkdoorbraken
 

Dijkdoorbraken vanuit zee

Dijkdoorbraken in het rivierengebied na 1780 *

Stormvloed van 838

Stormvloed van 1014

Stormvloed van 1134

Stormvloed van 1163

Allerheiligenvloed 1170

Stormvloed van 1196

Watersnoodramp van 1212

Stormvloed van 1214

Stormvloed van 1219

Stormvloed van 1248

Stormvloed van 1277

Watersnoodramp van 1280

Stormvloed van 1282

Watersnoodramp van 1287

Sint-Aagthenvloed 1288

Stormvloed van 1322

Stormvloed van 1375

Watersnoodramp van 1377

Sint-Elisabethsvloed 1404

Sint-Elisabethsvloed 1421

Sint-Felixvloed 1530

Stormvloed van 1532

Stormvloed van 1552

Allerheiligenvloed 1570

Watersnoodramp van 1675

Watersnoodramp van 1686

Watersnoodramp van 1703

Kerstvloed 1717

Watersnoodramp van 1820

1781 Wamel en Dreumel

1784 Ooijpolder

1799 Waal

1805 Weurt

Watersnoodramp van 1825

Watersnoodramp van 1916

1861 Bommelerwaard

1926 Maasdijk

Watersnoodramp van 1953 **

Kadebreuk tuindorp Oostzaan 1960

Kadebreuk Wilnis 2003

 

Toelichting bij de tabel:

*

Langs de grote rivieren vonden ook vele dijkdoorbraken plaats. Tussen 1750 en 1800 alleen al 152 keer. Na de oprichting van het 'Bureau voor den waterstaat' (het huidige Rijkswaterstaat) in 1798 nam die frequentie snel af. Sinds het einde van de achttiende eeuw hadden de grote rivieren acht keer te maken met hoge waterstanden. Zes keer leidde dat tot grote dijkdoorbraken en overstromingen.

**

In 1993 zorgde hoogwater op verschillende plaatsen langs de rivieren - hoewel er geen dijken doorbraken - voor veel overlast. In 1995 volgde weer een hoogwatergolf. Dit was de hoogste sinds 1926. Omdat getwijfeld werd aan de stabiliteit van de dijken, werden in één week tijd circa 250.000 mensen geëvacueerd, en ook de complete veestapels van de boeren in het gebied.


Sinds dat we begonnen zijn met het bouwen van dijken (Middeleeuwen) kregen we ook te maken met dijkdoorbraken. Bijna altijd kreeg “de natuur” de schuld van al deze ellende en volhardde men in de traditionele watermanagement strategie. Op vrijwel iedere watersnood werd gereageerd door de aanleg van nog hogere dijken en nóg krachtiger pompen. Vanuit het traditionele denken was het altijd het water wat moest wijken. Relatief weinig inspanningen werden verricht om het ruimtegebruik (zoals woningbouw of landbouw) aan te passen aan de natuurlijke dynamiek van de watersystemen.

Lees verder: Internationaal