De geboorte van de New Town
|
Plan van Howard's tuinstad |
Het gevaar voor opstanden en rellen was dan ook niet denkbeeldig. Howard zocht de oplossing voor dit vraagstuk in een geheel nieuwe aanpak van de volkshuisvesting en de verstedelijking. Hij stelde voor op grotere afstand van Londen (zo’n 15-30 km) nieuwe steden te stichten die veel groen zouden moeten hebben en ruime lichte woningen. Hij noemde deze steden dan ook “tuinsteden”. Ze zouden niet te groot moeten worden ( ongeveer 30.000 inwoners) en er zouden veel voorzieningen in deze steden moeten worden gesticht, zoals scholen, buurthuizen, ziekenhuizen e.d. Er zou ook voldoende werkgelegenheid moeten zijn, zodat de bewoners op korte afstand van hun woning konden werken en dat alles in een gezonde en lommerrijke omgeving.
Met deze gedachte zou Howard de vader worden van de moderne New Town Movement, die overal in de wereld in de jaren daarna grote navolging zou gaan krijgen. In Engeland zelf werden in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw enkele van deze tuindorpen gerealiseerd, waaronder Welwyn Garden City en Letchworth, beide nabij Londen.
Na de tweede wereldoorlog werd er in heel Engeland, Schotland en Wales een intensief New Town programma uitgevoerd waarin vele grote nieuwe steden werden opgenomen en ook daadwerkelijk gerealiseerd. Deze moderne nieuwe steden waren veel groter dan de eerste tuindorpen van Howard, zoals bijvoorbeeld de nieuwste stad Milton Keynes in Midden-Engeland, die uitgroeide naar zo’n 300.000 inwoners.
Ook in Nederland vond deze gedachte navolging. Al in het begin van de vorige eeuw had de bekende arts-schrijver Frederik van Eeden zich bezorgd getoond over de wantoestanden in de grote steden en gepleit voor een nieuwe vorm van volkshuisvesting en samenlevingsvormen. Hijzelf stichtte daartoe voor hemzelf en enkele geestverwanten de kolonie Nieuw Walden in het Gooi, waar dit ideaal van samenwonen werd uitgeprobeerd. Zijn vriend Jaap London maakt in die tijd een ontwerp voor een zogeheten Lichtstad, waarin- de naam zegt het al- de bewoners in een lichte en ruime omgeving kunnen wonen.
In Amsterdam ontwerpt de directeur van de gemeentelijke Dienst Volkshuisvesting een plan voor een Howardiaanse tuinsteden op afstand van Amsterdam. Een plan dat niet wordt uitgevoerd maar dat wel aanleiding geeft voor het nadenken over de volkshuisvesting in nieuwe wijken van Amsterdam, wat leidt tot het zogeheten Algemeen Uitbreidingsplan (plan West) van de internationaal gerenommeerde Amsterdamse stedenbouwkundige C. van Eesteren. Dit plan voorziet niet in afzonderlijke tuindorpen, maar wel in nieuwe grote tuinstadachtige wijken als uitbreiding van Amsterdam.
In dezelfde tijd worden de plannen voor de inrichting van de nieuwe IJsselmeerpolders ontwikkeld.
| |
|
Plan Almere 1977 |
Later volgen moderne plannen voor het dorp Zeewolde en de grote nieuwe stad de grote stad Almere. Naast deze compleet nieuwe steden in de droog gemaakte IJsselmeerpolders kent ons land nog een aantal stedelijke ontwikkelingen die als ‘nieuwe stad’ mogen worden betiteld omdat de toevoeging aan een reeds bestaande kleine kern zo omvangrijk is dat het nieuwe gedeelte sterk bepalend is geworden voor de stad als geheel. Dit zijn de zogeheten groeikernen als Purmerend, Houten, Nieuwegein, Zoetermeer, Hoofddorp en Emmen.
Kenmerkend voor deze nieuwe steden is - naast de snelle planmatige en veelal door de overheid geleide groei - het modernistisch ontwerp van stad en gebouwen, en het gebruik van moderne technieken en materialen. Aan deze steden is bijna altijd scherp af te lezen in welke tijd en volgens welke stedenbouwkundige stroming zij zijn ontworpen en gebouwd. Veel van de wat vroegere steden dragen naar vormgeving het kenmerk van de traditionalistische opvatting ( laagbouw, baksteen in een groene omlijsting), zoals in de vroege Engelse en Nederlandse tuinsteden- en
dorpen. Maar later in de tijd - zestiger jaren- worden de nieuwe steden gebouwd volgens modernistische opvattingen, die teruggaan op de beginselen van een architect als Le Corbusier, die zelfs eens opperde het stadscentrum van Parijs door modernistische nieuwbouw te vervangen.
In de concrete praktijk van de nieuwe stedenbouw echter zijn deze rigide vormen nooit gerealiseerd, en is een eigen modernistisch idioom van vormhoud en inhoud tot stand gekomen. De eigentijdse nieuwe steden getuigen hiervan.