In de ban van het geld

  1. Home
  2. /Kenniscafé
  3. /Het KennisCafé in 2011
  4. /Verslag april '11
  5. /In de ban van het geld

Door Bernadet Timmer, communicatie gemeente Almere

Een educator van het Geldmuseum, een onderzoeker van het Asser Instituut en het ‘hoofd bankbiljetten’ van De Nederlandsche Bank zitten samen in het Kenniscafé van de nieuwe bibliotheek in Almere. Zegt de een tegen de ander…

Het zou een goede grap kunnen zijn. Ware het niet dat het hier om een serieus onderwerp gaat op de laatste donderdag van april, namelijk: Geld. Te gast zijn Renate van der Kuijl, educator bij het Geldmuseum in Utrecht, Wybe Douma, onderzoeker van Europese regelgeving op het gebied van financiën aan het Asser Instituut en Hans de Heij, beleidsmedewerker en ingenieur industriële ontwerpen bij DNB. Aan de bar en de leestafels aan de zijkant zitten geïnteresseerde Almeerders, die hun vragen mogen afvuren op de drie sprekers.

Wat doen mensen met geld en wat doet geld met mensen? Dat is het thema van een van de programma’s die Van der Kuijl maakt voor allerlei doelgroepen van het Geldmuseum (in de oude Rijksmunt in Utrecht). “Geld is de grote gemeenschappelijke deler: zowel in de portemonnee als in de maatschappij.” In de Rijksmunt worden nog steeds euromunten geslagen, zo’n 800 per minuut.

Je geld en je leven
De educator wil jongeren meer ‘moneywise’ maken. “Zij worden opgevoed met het idee dat ze makkelijk over geld kunnen beschikken. Ongeveer de helft checkt de uitgaven, de rest gaat lenen. Jongeren die op zichzelf wonen hebben al een gemiddelde schuld van 1.750 euro.” Uit onderzoek blijkt dat veel jongeren bijvoorbeeld een chip in hun arm om mee te betalen wel zien zitten. Daarmee is al een proef gedaan in de voormalige Baja Beachclub in Rotterdam. 
Geld wordt steeds onzichtbaarder, het is overvloedig aanwezig en je wordt ‘gepusht’ om het snel uit te geven, vanuit marketing, groepsdruk en opvoeding.

De Heij haakt hierop in: “De BV Nederland heeft een enorme staatsschuld, ongeveer 1.500 euro per inwoner. Iedereen maakt schulden, de VS voorop. Het is een beetje de tijdgeest, het ik-tijdperk.” Volgens Van der Kuijl werkt het om jongeren aan te spreken in hun belevingswereld. Met ‘Je geld en je leven’ laat ze hen zien wat de gevolgen zijn van hun financiële keuzes. “Jongeren serieus nemen is daarbij heel belangrijk: laat ze hun eigen verhaal vertellen en ervaringen uitwisselen. Ze willen niet betutteld worden.”

http://www.emerce.nl/nieuws/vip-chips-in-rotterdamse-baja-beach-clubSinds de invoering van de euro zijn er in de Europese Unie afspraken gemaakt over de begrotingsdiscipline. Een land mag niet meer dan 3% van het Bruto Nationaal Product (BNP) begrotingstekort en 60% BNP overheidsschuld hebben. “Een goede regel, als die zou worden nageleefd,” aldus Douma. “Landen die zich er niet aan hielden, waren echter niet te controleren en er werden geen werkzame sancties opgelegd.” Daarom geldt er binnenkort een nieuwe wetgeving. Er moet echter nog wel politieke besluitvorming komen over de sancties.

Griekenland, Portugal, Spanje en Ierland hebben te veel uitgegeven. De meeste landen houden zich door de omstandigheden gedwongen niet aan de regels. Gemiddeld zit de EU op 6% begrotingstekort. Nederland zit op 5,4%, Ierland op maar liefst 32%.
Europa probeert toch de landen overeind te houden met een noodfonds van 750 miljard euro. Daarvan komt 250 miljard van het IMF, 60 miljard uit de EU-begroting en 440 miljard van de lidstaten, als garantie. Nederland heeft 26 miljard toegezegd.
“Landen proberen het liever zelf op te lossen, omdat ze anders vastzitten aan de voorwaarden. Het risico is heel groot dat ze het geld niet kunnen terugbetalen. Zo verkoopt Griekenland nu al staatsbezittingen zoals energiebedrijven en mogelijk zelfs eilandjes.”

Beloning voor risico’s
“Meer verdienen voor de Grieken zit er niet zo gauw in”, meent De Heij. “De politiek wil wel graag de langen in Europa bijeen houden, maar wat zijn wij bereid ervoor te betalen?” Hij speculeert: “In Noord-Europa is de arbeidsproductiviteit hoger. De euro blijft wellicht bestaan met een nieuwe, tweede euro voor de zuidelijke landen.”
Douma denkt dat het proces van terugbetalen in elk geval nog twintig tot dertig jaar gaat duren. Hij verwacht dat Europa dan ook niet ontkomt aan de invloed van bijvoorbeeld China. “We hebben hulp nodig. Maar we moeten wel grenzen stellen waar het gaat om basisvoorzieningen. In Amerika zitten ze al op 100% BNP staatsschuld en dat stijgt nog steeds. Ze komen er alleen mee weg dankzij investeringen van China.”

Moeten we de risicovolle valutahandel niet aanpakken? “We moeten ook voor de systeembanken strengere regels instellen. Dat ze meer kapitaal aanhouden als reserve in slechte tijden bijvoorbeeld. ‘Nee’ zeggen tegen deze regels is een recept om het volgende keer weer te laten gebeuren. Het kapitalistisch systeem geeft banken nu een beloning als ze risico’s nemen.”

Vertrouwen in papier
Betalen ging vroeger met zilver en goud. Maar er kwamen rijkere burgers en betalen met zakjes edelmetaal werd een heel gedoe. De eerste bankbiljetten waren papieren die je kon inwisselen voor goud (aan toonder). Een van de eerste DNB-biljetten was er een van duizend gulden. ‘Gewone’ mensen gingen pas rond 1860 mondjesmaat betalen met bankbiljetten.
“Het vertrouwen in bankbiljetten is nu eigenlijk gebaseerd op het vertrouwen in de echtheid van het biljet en de organisatie die erachter staat.” Geld is iets ongrijpbaars geworden.

Als ingenieur industriële ontwerpen bij DNB zit De Heij heel dicht op het geld. “De vuurtoren was mijn eerste ontwerp. We hebben ook de ontwerpen gemaakt voor het bankbiljet van 200 euro.” Hij laat zien wat de kenmerken zijn van een echt biljet
“Het plaatje geeft herkenning, maar is ook het visitekaartje van een land. Met eurobiljetten krijgen we daarop van veel mensen kritiek. Het zijn saaie plaatjes vergeleken bij de oude guldenbiljetten. Misschien moet er wat meer emotie, gevoel voor Europa inzitten.” Er zijn weer nieuwe biljetten nodig, want met de huidige grafische reproductietechnieken is namaken steeds gemakkelijker. “Die moeten we steeds een stap voorblijven. De nieuwe bankbiljetten hadden er in 2010 al moeten zijn. Maar misschien moet je wel klappen voor alles wat er in Europa bereikt wordt, want de landen kunnen het maar moeilijk eens worden.”

Overigens is de rol van ‘tastbaar geld’ maar klein: het meeste geld in omloop is elektronisch. Nog maar 4% van de totale geldhoeveelheid is cash. Hebben wij over vijftig jaar nog cash geld? “Ja, dat denk ik wel”, zegt De Heij. “Internetbankieren is een groot succes, maar cash geld heeft een aantal voordelen: je kunt meteen en anoniem betalen en het gebruiken als een beloning in de vorm van een fooi of cadeautje. En als je op je geld moet letten, laat dan je pasjes thuis en gebruik cash!”

Op de laatste donderdag van mei (de 26ste) is er van 20.00 – 22.00 uur opnieuw een Kenniscafé in de nieuwe bibliotheek. Dan is het onderwerp Astronomie.