Verslag Kenniscafé oktober

  1. ...
  2. /Verslag Kenniscafé...

Tekst: Bernadet Timmer

Drinken, praten en er nog wat van opsteken ook. In het KennisCafé in de nieuwe bibliotheek gaan die drie zaken prima samen. Het onderwerp wisselt: elke laatste donderdag van de maand vinden inwoners, ambtenaren, studenten en wetenschappers elkaar op telkens een ander terrein. Vorige week was het thema: Biodiversiteit is leven.Maar hoe zit dat in een stad als Almere? Kunnen we biodiversiteit beïnvloeden of zelfs ontwerpen?

Het onderwerp komt niet uit de lucht vallen: oktober is uitgeroepen tot ‘Kennismaand’ met als thema ‘Leve(n) de variatie’ en dat sluit weer aan bij 2010 als het Jaar van de Biodiversiteit. Dankzij biodiversiteit is er vruchtbare grond en schoon water. Het levert voedsel en grondstoffen voor huisvesting, kleding, brandstof en medicijnen. Biodiversiteit is leven.

Variatie en isolatie
Na het eerste drankje komt het gesprek langzaam op gang. Het begint met slakken. De eerste spreker is namelijk Dennis Uit De Weerd, universitair docent biologie bij de faculteit Natuurwetenschappen van de Open Universiteit. Hij heeft onderzoek gedaan naar de diversiteit van landslakken in Griekenland, Jamaica en Cuba. Voor dergelijk onderzoek zijn slakken zeer geschikt: ze verplaatsen zich nauwelijks, zijn makkelijk te vangen en komen voor in veel varianten en in geïsoleerde gebieden. “Biodiversiteit is de variatie aan levende organismen op een locatie. Dat kan zowel wereldwijd als lokaal zijn. Meestal meten we het aantal soorten, maar het kan ook gaan om het aantal individuen.”

De belangrijkste uitkomsten van het onderzoek van Uit De Weerd is dat de diversiteit nog groter is dan gedacht. “Het is slechts een schatting. We hebben nog lang niet alle soorten onderzocht. Je hebt binnen soorten en tussen soorten al veel diversiteit. Door omstandigheden en toeval. Met computersimulaties is dat ook aangetoond.” Hoe staat het met de biodiversiteit in onze regio? “Er sterven heel veel soorten uit. Diversiteit kan positief zijn, maar in Nederland zijn de natuurgebieden te versnipperd om eigen soorten lang te kunnen herbergen, laat staan dat er nieuwe soorten kunnen ontstaan.”

Balans en beheer
Thijs van Hees is landschapsarchitect. Hij is bezig met het Homeruspark in het Homeruskwartier in Poort. Dat park ligt op een archeologische vindplaats. “Die hebben we ontzien. Het blijft een langgerekte open ruimte, afgezoomd met een pad met bomen. De soorten die we gebruiken, stonden er in die tijd ook.”

Houd hij rekening met de biodiversiteit? “Ja, maar dat is niet de hoofdmoot. Een landschapsarchitect geeft vorm aan buiten, net als vroeger de boeren, al kijken wij ook naar de esthetische waarden. Daar zit balans in. Wij leggen de basis, maar gaan daarna weer weg. Beheer is cruciaal voor soorten om zich te kunnen vestigen. Bepaalde soorten komen letterlijk aanwaaien, al dan niet gewenst. Als je veel dynamiek creëert, zoals door ploegen en graven, krijg je minder biodiversiteit. Weinig verandering kan juist specifieke soorten voortbrengen. We hebben nu nog veel graslanden, die wel achttien keer per jaar gemaaid worden. Zorg voor veel verschillende biotopen bij elkaar, dan is minder beheer nodig.”

Nederland heeft volgens Van Hees veel verschillende landschappen en omstandigheden op een relatief klein oppervlak. “Er is een enorme soortenrijkdom in Nederland, door de geleidelijke verschillen in nat en droog, voedselrijk en voedselarm, zand en klei.” Een cafébezoeker merkt op: “We hebben al zoveel gras en bomen in Almere. Waarom geen bloemenweiden en heesters?” Van Hees: “We kunnen op bepaalde stroken wel bloemen toevoegen, maar het is geen natuurtuin. Struiken zie je al veel in en om de tuinen. Het park is een ruimtelijke aanvulling daarop.” Hij is niet betrokken bij de andere archeologische vindplaatsen, maar vindt het “wel vreemd dat we plekken waar vroeger gewoond is, nu juist vrij houden”.

Ecologie en industrie
Ton Eggenhuizen is stadsecoloog bij de gemeente Almere, officieel senior adviseur ecologie. “Mijn taak is om stad en natuur met elkaar te verbinden. Als er te weinig natuur om ons heen is ontstaat het ‘natuurtekortsyndroom’. Mensen vervreemden van hun omgeving, weten niets over de herkomst van hun eten en komen niet in beweging, met alle gezondheidsproblemen van dien. Laat kinderen met hun handen in de modder wroeten, trek ze achter de computer vandaan en stuur ze het bos in. Het is belangrijk dat er natuur in en om de stad is. Daar is ook biodiversiteit voor nodig. Heb je een te eenvormige natuur, dan is de kans dat die ten onder gaat groot vanwege vatbaarheid voor ziektes.”

Hij ziet het wel zitten met de biodiversiteit: “Omdat we een delta zijn, hebben we zo’n beetje de grootste soortenrijkdom van Europa. Zo hebben we alleen al het grootste aantal soorten vogels. Je kunt op verschillende manieren naar biodiversiteit kijken. Je moet wel voorwaarden scheppen om dat te stimuleren.” Als voorbeeld noemt hij Almere De Vaart IV. “Daar komt zware industrie, maar we hebben de opdracht daar toch een ecologisch duurzaam gebied van te maken. Daarbij worden we nu al links ingehaald door ondernemers die duurzame gebouwen willen neerzetten. Bijvoorbeeld met een groen dak, nestgelegenheid voor vogels als de stern, milieuvriendelijke gevels, et cetera.”

Nut en natuur
Hoe staan we ervoor in Almere qua biodiversiteit? “De voorwaarden zijn er: qua ruimte en groen, maar het beheer en de keuzes die we maken zijn de volgende voorwaarde. Als je kiest voor maar een paar soorten bomen, waar bovendien niet veel dieren in, op of van kunnen leven, dan blijft het weinig divers.” Wat zou er misgaan als bijvoorbeeld de zanglijster er niet meer zou zijn? Die eten nu veel slakken… Uit De Weerd reageert: “Niemand weet het precies, maar het wegvallen van één soort kan een heel biosysteem als een kaartenhuis laten instorten. Als het eenmaal over een drempel is, wordt het heel moeilijk terug te draaien. Daarom is biodiversiteit belangrijk. Misschien dat we bovendien uit bepaalde dieren of planten nog nieuwe, belangrijke geneesmiddelen kunnen halen. Als dieren kunnen overleven in verschillende milieus, wordt hun kans op overleven in het algemeen ook grotere.

De mens is toch ook onderdeel van de natuur? Van Eggenhuizen klimt op zijn stokpaardje: “Ik vind niet dat het groen ons decor is. Het is een ziekte van deze tijd om al het groen maar open te stellen om ‘draagvlak’ te creëren voor de natuur. Niet alles hoeft voor het nut van de mens te zijn.”

Het economisch belang is groot. Toch worden bepaalde gebieden niet bebouwd, maar als groenstrook aangewezen. Hoe kies je, op basis waarvan? “We verschuilen ons wel eens achter wetgeving om natuur te behouden. Als er hele zwaarwegende redenen zijn om toch te bouwen, moeten we elders compenseren.”

Wet en tijdgeest
We hebben de Almere Principles, gebaseerd op people, planet, profit. We willen dus een sociaal, ecologisch en economisch duurzaam Almere. Maar de randvoorwaarden hangen vaak af van de regering die er zit. Zo hangt de Oostvaarderswold nu weer aan een zijden draadje. Waar ligt de grens? Van Eggenhuizen: “We zijn afhankelijk van de tijdgeest. Soms gaat de uitvoering van de wet voorbij aan de eigenlijke bedoeling. Dat hebben we gezien met de bescherming van de rugstreeppad, die werd gevonden op een opgespoten terrein, terwijl hij normaal thuishoort in de duinen. Maar je kunt bouwterreinen niet altijd direct benutten. Daarom vormen we het soms tijdelijk om tot natuur. Nu mogen we dergelijke gebieden weer gebruiken, zonder daarvoor eerst door strenge wetgeving te moeten.”

Op 25 november is er weer een KennisCafé. Het onderwerp is dan: Natuurkunde is overal.

Meer weten? Kijk op www.kenniscafealmere.nl