Verslag september '10

  1. Home
  2. /Kenniscafé
  3. /Het KennisCafé in 2010
  4. /Verslag september '10

"Pubers geen exotische diersoort"

Tekst: Thijs Wartenbergh / Foto's: Hans Veen

Het menselijk brein. We hebben verspreid over diverse leeftijden, van jong tot oud - wat te stellen met die grijze cellen die, onzichtbaar voor ons, hun werk doen. Bij het Kenniscafé van donderdag 23 september in de Nieuwe Bibliotheek kwamen drie deskundigen vertellen hoe zij tegen ons verstand aankijken. Met name ook wat op wetenschappelijk gebied zoal mogelijk is. Soms is alles heel eenvoudig en moet je iemand simpel even toelachen als hij/zij iets doet wat je niet meteen kunt verklaren. Of een grapje maken. Vaak is daarmee alles meteen opgelost.

Die tip gaf Hanneke Hövels, een onderzoeker, geen wetenschapper - die gespecialiseerd is in het puberbrein en een van de drie sprekers was, de aanwezigen mee. Wie kinderen heeft, kent de grillen van pubers. Dat begint zodra ze tien, elf jaar zijn. Meestal kunnen ouders, na jaren terugkijkend, met enige voldoening constateren dat hun kinderen keurige burgers zijn geworden. Maar het is soms een periode geweest waar veel vaders en moeders af en toe met licht afgrijzen aan terugdenken. Zij die middenin puberende kinderen zitten hebben vaak slapeloze nachten en vragen zich vertwijfeld af hoe ze door deze fase heenkomen en, ook, hoe hun kinderen op een verantwoorde wijze door deze jaren te loodsen zijn. Hun kroost doet de gekste dingen, vindt opeens dat alles anders moet en met hen valt vaak geen land te bezeilen.

Dat komt voor een belangrijk deel, aldus Hövels, omdat iemands hersenen tot zijn 25e jaar nog niet volgroeid zijn. De verbindingen tussen de hersendelen zijn verre van voltooid, het zijn als het ware kronkelpaadjes die op het 25e levensjaar snelwegen zijn. Het brein werkt vanaf dat moment veel efficiënter. Emotioneel zijn de hersenen wel al aardig op dreef. Het betekent dat jongeren uitdagingen zoeken en daardoor roekeloos gedrag vertonen. Omdat echter alles in de bovenkamer nog niet op orde is (pubers kunnen bijvoorbeeld ook nog niet goed plannen, oplossingen vinden en verbanden leggen) voelen ze zich gauw bedreigd als iemand hen - naar hun idee - niet op de juiste manier benadert.

Maar goed, hoe ga je om met deze jongeren? Je wilt toch een enigszins normaal contact met ze hebben. Stel, je zit in de bus en vlak achter je zit een groep van dat opgeschoten spel herrie te schoppen. Ook staat hun muziek nogal hard. Geïrriteerd iets ervan zeggen ligt voor de hand. Dat hoeft niet, zegt Hövels. Je kunt heel gewoon iets vragen. Jongeren zijn net mensen, dat vergeten we nog wel eens. Het is geen exotische diersoort. Als je hen vraagt: Willen jullie de muziek wat zachter zetten?, dan is de kans groot dat ze dat gewoon doen. Maar het is een feit: één puber kan al problemen geven. Zijn jongeren in een groep bijeen, dan heb je het puberbrein in het kwadraat. Daar is niet altijd makkelijk mee om te gaan, zacht uitgedrukt.

Vervolgens kwam Koen Böcker, ondervraagd door presentator Peter van Schooten, aan het woord. Böcker is hersenonderzoeker bij het Turing Instituut, een project van Almere Kennisstad. De neurowetenschapper onderzoekt de werking van de hersenen, waarbij de resultaten artsen kunnen ondersteunen om een juiste indicatie te stellen. De onderzoeken richten zich met name op obesitas, zwaarlijvigheid, de vrouwelijke lustbeleving en cognitieve capaciteit (kennis).

Door het maken van een E.E.G. (via het plaatsen van elektroden op het hoofd) en hersenfilmpjes tijdens het eten, valt waar te nemen welk deel van de hersenen oplicht. Böcker: We kunnen daar bijvoorbeeld uit concluderen dat iemand meer eet dan normaal en daarmee obesitas ontwikkelt, omdat hij depressief is. Daar kan vervolgens een arts een behandeling op inzetten. Bij zware depressiviteit worden overigens sterk magnetische impulsen, gebruikt om een verbetering in de situatie te krijgen.

Uit de onderzoeken kan ook naar voren komen dat iemand moeilijk telefoonnummers onthoudt bijvoorbeeld. Dan kun je daar op gaan trainen door iemand het geprinte nummer te laten zien. Of iemand zichzelf intelligenter kan maken dan hij al is, kon Böcker moeilijk zeggen. Het is maar net hoe je intelligentie definieert. Je kunt je wel bekwamen in IQ-tests. Die zullen dan een beter resultaat laten zien.

Bob van Deelen, geriater in het Flevoziekenhuis, kwam als derde spreker aan bod. Een geriater is een specialist die zich richt op mensen van 65 jaar en ouder. Op zijn spreekuur ziet hij veel mensen met geheugenstoornissen, die lijden aan Parkinson, of daar de eerste tekenen van vertonen, of dement zijn, dan wel dat ook bij hen de beginnende signalen aan de oppervlakte komen.

Gaf Hanneke Hövels aan dat de hersenen op het 25e levensjaar volledig volgroeid zijn, Van Deelen kwam met de enigszins verbijsterende mededeling dat de hersenen tien jaar later, op het 35e levensjaar, alweer slijtage gaan vertonen. Dat kun je zien aan hersenfotos en bij obductie, inwendig onderzoek na overlijden. Slijtage is geen ziekte, het is puur een schade aan onze grijze stof. Hoe dat komt weten we niet, aldus Van Deelen.

Hoe hou je de hersenveroudering tegen? De geriater gaf als tips mee goed te bewegen, veel te wandelen, en geestelijk ook actief te blijven. Vervolgens ging het vooral over dementie, een overkoepelende term voor hersenbeschadigingen, zoals Alzheimer. Volgens Koen Böcker is er al veel te achterhalen over de werking van de hersenen, bij het aangeven van oorzaken die lijden tot dementie moest Van Deelen het antwoord schuldig blijven.

Erfelijke factoren spelen een rol. Daarnaast bestaat het vermoeden dat het door een opeenhoping van eiwitten komt. Hoe die klonten ontstaan weten we niet. Je zou zeggen: we moeten dan die opeenhopingen proberen op te lossen. Daar wordt hard aan gewerkt. Dementie is een progressieve ziekte. We kunnen via een behandeling een tijdelijke remming van de ziekte bereiken, medicijnen kunnen enig soelaas bieden. In beweging blijven, zowel fysiek als geestelijk, kan enigszins helpen.
 

Zie ook het verslag op kunst-enzo.nl.

Catalogus

In de catalogus van de Plusbibliotheken vindt u een enorme collectie (populair) wetenschappelijke boeken en artikelen.

U kunt gevonden media zelf aanvragen en afhalen in uw eigen bibliotheek.