Verslag juni '10

  1. Home
  2. /Kenniscafé
  3. /Het KennisCafé in 2010
  4. /Verslag juni '10

Thijs Wartenbergh

De crisis. ‘Praat me er niet van!’, zeggen velen, als ze het over de economische malaise hebben waarin ons land al geruime tijd verkeert. Dat geldt ook voor andere landen. Toch kan het verhelderend zijn als er af en toe eens over gesproken wordt. In het bijzijn van een paar deskundigen. Dat kon op woensdag 23 juni tijdens het maandelijkse Kenniscafé in de Nieuwe Bibliotheek. Al was het maar om even je hart te luchten, want iedereen heeft wel een mening over de financieel sombere periode. En dan wordt er niet altijd vriendelijk richting de banken gekeken.

Toch hadden twee vertegenwoordigers van banken, een van de commerciële bank Rabobank, (Arthur Bouvy, directeur Rabobank Almere) en een van de toezicht houdende Nederlandsche Bank (Cees Ullersma, adviseur van Nout Wellink) de stoute schoenen aangetrokken om de confrontatie aan te gaan met burgers van Almere. Een kleine groep dit keer, vanwege het WK-voetbal en het mooie weer, maar dat maakte de discussie misschien wel zo levendig. De derde spreker was Martien van Winden, vermogensbeheerder, (mede)-auteur van onder meer ‘Leer beleggen als Warren Buffet’, ‘Slag om de toekomst’ en ‘Rijk blijven’ en pleitbezorger van de terugkeer van de gulden.

De oorzaak van de crisis is wel zo’n beetje bekend. Het begon met Amerikaanse banken die hypotheken verstrekten (zogenaamde subprime loans) aan niet altijd kredietwaardige huiseigenaren. Toen de rentepercentages stegen konden velen hun hypotheken niet meer betalen. Banken raakten daardoor in de problemen. Ook Nederlandse banken die zaken deden met Amerikaanse geldverstrekkers. Nederlandse banken, die normaal gesproken geld aan elkaar uitleenden, deden dat niet meer omdat ze elkaar niet meer vertrouwden. Althans, ze twijfelden of ze het geld terug zouden krijgen. Een algehele crisis was geboren. Banken verstrekten nauwelijks nog leningen, tenzij met een extra premie er bovenop. De Nederlandsche Bank moest her en der bijspringen. Ullersma: “Eigenlijk moesten banken dat zelf regelen, maar dat ging niet meer.”

Er was een ongebreideld optimisme, nog niet zo lang geleden in onze economische situatie, voegde hij eraan. “Legio Lease, dat drama, we kennen het allemaal nog wel. We hebben als Nederlandsche Bank overigens wel degelijk gewaarschuwd dat dit een keer fout moest gaan. Maar ja, dat houdt een keer op, je kunt niet zomaar een bankbestuurder wegzenden.”

Er zijn nu strengere regels, via een zorgplicht, voor het verstrekken van een lening. Wat heet, verzuchtte Bouvy. “Mijn mensen zijn soms meer tijd met het invullen van formulieren dan met bankieren.” Terugkijkend moet hij stellen dat deze regelgeving dan tijdrovend mag zijn, maar dat er voorheen wel eens te makkelijk een lening werd verstrekt. Iemand uit het café stelde dat tussenpersonen en ook banken in het algemeen nogal eens mooie verhalen over forse rendementen vertelden. “De consument moet daar toch tegen beschermd worden!”, was de stelling. “Zeker”, aldus Bouvy, “maar de consument wil dingen over hoge rendementen graag horen.” De nu gehanteerde zorgplicht had er eerder moeten zijn, was de algehele conclusie. Hoewel de zorgplicht, werd eraan toegevoegd, geen garantie is voor een zorgenvrije situatie. “Meer regels leidt juist tot minder fatzoen van betrokkenen.”

“Nederland heeft door de eeuwen heen een sterke positie ingenomen waar het gaat om het hebben van een sterke munt. Groei, lage inflatie en een lage rente zorgden daarvoor. “We werden en worden als betrouwbaar land gezien”, aldus Martien van Winden. “Die betrouwbaarheid is bij Griekenland bijvoorbeeld helemaal zoek. Dat land staat qua vertrouwen op de 73e plaats, Nederland in de top-10.”

Hoge pensioenreserves hebben we ook, 750 miljard euro. Er zijn niet veel landen die daarop kunnen bogen. Van Winden: “We hebben nu de euro, maar er is helaas niet één centraal toezicht voor landen die het slecht doen. Dat moet er wel komen.” Hij heeft nog wel eens heimwee naar de gulden.

Ullersma: “Dat is wel leuk, maar de euro is ook een stevige, stabiele munt. We zijn een klein land. We leven niet op een eiland. De geldontwaarding van de euro is niet groter dan tijdens het guldentijdperk.” Van Winden: “We hadden niet per se in de euro hoeven te stappen. Kijk eens naar Zwitserland en Denemarken, geen eurolanden, en die hebben nauwelijks last van de crisis. Hoe kan dat?” Ullersma: “Een verenigd Europa, ook met een munt, was een antwoord op de Eerste- en Tweede Wereldoorlog. We wilden nooit meer oorlog. De euro is er overigens onder harde voorwaarden gekomen.”

Geschiedeniskenner Van Winden: “Financiële markten hebben te weinig kennis van de geschiedenis. De Grieken hoefden desnoods van keizer Nero al geen belasting te betalen. De euro had beter eerst in de Benelux uitgetest kunnen worden. Zeker, er zitten voordelen aan de euro. De prijs voor een cappuccino in Amsterdam en Rome kun je vergelijken, er is transparantie, je hoeft geen geld om te wisselen bij de grens.” Van Winden: “De ellende in Griekenlnd moeten we wel met z’n allen betalen.”

De discussie is bijna afgelopen. Iemand stelde dat je tegenwoordig als rekeninghouder bij een bank een nummer bent. Er rest je vaak niet veel meer dan een callcentrum te bellen als je iets wilt weten. Het vertrouwen in banken moet weer terugkeren bij de consument. Op deze manier gaat dat niet. De laatste woorden vanuit het café waren: “Bankieren is in principe een fatsoenlijk vak.” Dat was een mooie afsluiting.
 

Catalogus

In de catalogus van de Plusbibliotheken vindt u een enorme collectie (populair) wetenschappelijke boeken en artikelen.

U kunt gevonden media zelf aanvragen en afhalen in uw eigen bibliotheek.