Verslag april '10

  1. Home
  2. /Kenniscafé
  3. /Het KennisCafé in 2010
  4. /Verslag april '10

Thijs Wartenbergh

Het eerste Kenniscafé in de nieuwe bibliotheek van Almere, waarbij drie sprekers over ‘vrijheid’ discussieerden, zal de ongeveer 100 bezoekers bijblijven als een bijeenkomst die bol stond van de prikkelende opmerkingen. De aanwezigen werden als het ware aangespoord hierop te reageren. Dat deden ze ook. Zo ontstond er een levendige discussie. Daarmee was een belangrijke doelstelling van deze avond, een wisselwerking laten ontstaan tussen sprekers en publiek, geslaagd. De bezoeker ging vervolgens naar huis met het tevreden gevoel leuke en interessante wetenswaardigheden te hebben gehoord. Kennis te hebben opgedaan in het Kenniscafé. 
 
Opzet van het Kenniscafé  is om aan de hand van een discussieleider sprekers uit de wetenschap, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties te laten vertellen over hun onderzoeken, de resultaten en hun passie voor hun werk. In een ongedwongen sfeer wel te verstaan. Daarom dient ook het Nieuwscafé op de tweede etage in de bibliotheek als entourage, ondersteund door sfeervolle muziek, voor deze bijeenkomsten. 
 
Als aftrap voor een serie van voorlopig zes samenkomsten, was gekozen voor het thema vrijheid: zijn we wel zo vrij als we denken of is onze keuzevrijheid bepaald? Onder leiding van gastheer Peter van Schooten gingen auteur, filosoof en politicoloog Stephan Sanders, neuropsycholoog  aan de VU Amsterdam, Martijn Meeter, en marketing- en merkenspecialist Max Kohnstamm aan de slag met dit uitgangspunt. 
 
Onthouden
Meeter is, als neuropsycholoog, vooral theoretisch bezig, zoals hij aangaf. Hij kijkt naar het geheugen van mensen: wat kunnen we onthouden? Om daarachter te komen ziet hij patiënten met geheugenklachten, maar ook experimenten met dieren worden niet geschuwd. Wat gebeurt er met onze hersenen als we iets nieuws zien? Meeter: “Binnen 200 milliseconden, een milliseconde is een duizendste van een seconde, herkennen onze hersenen of dat iets is wat we niet eerder meegemaakt hebben. Er wordt razendsnel een vergelijking gemaakt met wat al kennen. De hersenen fungeren als een blauwdruk van alles wat we hebben meegemaakt.” 
 
Kinderen kunnen veel, liet Meeter daarop volgen. Meer dan we denken. “Je leert zelfs al in de baarmoeder. Je herkent dan al dingen.” In de loop der jaren groei je als persoon. Je kunt keuzes maken door de dingen die je hebt meegemaakt. Individuele ervaringen worden bepaald door de maatschappij waarin we leven. Wij reageren anders op dingen dan mensen uit een andere cultuur.” En over het aspect vrijheid: “We zijn net zo vrij als we denken dat we zijn. Als je je vrij voelt, geeft je dat een gevoel van vrijheid.” 
 
Vervolgens was er de vraag of we onze hersenen op een computer kunnen aansluiten? “Dat wordt inderdaad al gedaan, bij wijze van experiment”, aldus Meeter. “Het zal zich in de toekomst verder ontwikkelen. Met hersengolven kun je de muis van de computer besturen. Het gaat wat langzamer, maar het kan. Als je sterk denkt aan de tuin, naar beneden als het ware, dan zal de muis zich iets omlaag verschuiven en als je aan muziek denkt, iets hoogs, dan zal de muis zich ietwat omhoog verplaatsen.”
 
Behoeften
Marketingdeskundige Max Kohnstamm vertelde dat hij in zijn werk inspeelt op de behoeften van de consument. Als snel was er een opmerking onder de aanwezigen dat ‘de reclame’ behoeften bij mensen creëert. Zodat ze maar snel bepaalde producten gaan kopen. “Dat is een misverstand. Wij zoemen in op behoeften die er al zijn. Daar gaan wij als marketingsmensen mee aan de slag. We versterken die behoefte wel. Zo wil een vrouw de wc netjes houden, die behoefte is er. Een wc-eend blijkt daarbij prima te voldoen. Dus komt er een wc-eend op de markt. Iets anders: mannen tonen graag dat ze succesvol zijn. Daar spelen autofabrikanten op in. Die komen met vette auto’s. Ofwel: er wordt gemaakt wat mensen willen. Er worden geen behoeften opgedrongen.” 
 
De marketingwereld moet dus weten welke behoeften er bij mannen en vrouwen, maar zeker ook bij jeugd, leven. In dat spanningsveld speelt het aspect ‘erbij willen horen’ een vaak doorslaggevende rol om tot de aankoop van een product over te gaan, aldus Kohnstamm. Marketing richt zich daarbij op doelgroepen. “De jeugd wordt aangespoord een Blackberry te kopen. De een na de ander volgt dan. Hij of zij wil niet achterblijven, die wil vooral meedoen. Je vrijheid is daarmee in wezen beperkt. Onze hebzucht is een katalysator voor het erbij willen horen. En dus wordt zo’n Blackberry gekocht”, meent Kohnstamm.
 
Marketing is in algemene zin waardenloos, gaf hij aan. Met de n achter waarde. “We zijn er niet om de maatschappij te redden. Dat is een taak voor anderen.” Dat de reclamebranche zich op doelgroepen richt is niet zo vreemd. “Er moet namelijk een kritische massa zijn om een product succesvol te laten zijn”, aldus Kohnstamm. “Gezonde, biologische producten worden op een bepaald moment ook door Albert Heijn in de schappen opgenomen. Of Max Havelaar koffie. Dat is een kwestie van gezond verstand. Er is voldoende vraag naar en dan duikt zo’n grote winkelketen erop.”
 
Er ontstaat bij het al dan niet kopen van een product pas vrijheid als je zegt: ‘Dat neem ik niet, ik wil niet horen bij de mensen die zoiets kopen.’ Kohnstamm: “Dat is pas echte vrijheid. Mensen voelen zich dan ook trots dat ze bewust van een bepaald product afblijven. Dat doen ze vaak samen met anderen. Met die anderen hoor je dan ergens niet bij. Dat geeft sommigen een heerlijk gevoel.” 
 
Filosofie
Auteur, filosoof en politicoloog Stephan Sanders liet aan gespreksleider Van Schooten en de overige aanwezigen direct al weten zijn hart verpand te hebben aan filosofie. “Dat raakt me het meest”, zei hij. “Filosofie is ook een echte studie, politicologie niet.” Sanders, die tijdelijk in Almere woont om een boek over deze stad te schrijven, liet verder weten een fan te zijn van de Engelse, negentiende-eeuwse  filosoof John Stuart Mill. Deze is pleitbezorger voor de vrijheid van het individu. Volgens hem is de vrijheid van iemand van onnoemelijk belang. De overheid moet zo min mogelijk in die vrijheid ingrijpen. Sanders staat daar volledig achter, zeker wat het laatste betreft: “Als de overheid zich ergens mee bemoeit, dan weet je het wel. Dan gaan dingen vaak fout. Het gaat bovendien vaak op een belerend, moraliserend toontje. Als je de overheid teveel macht geeft, dan teken je in feite een bewijs van krankzinnigheid.” 
 
Ofwel: de overheid moet zich vooral niet met het individu bemoeien. “De vrijheid van de mens komt dan in de knel. Het individu moet vooral zijn eigen vrijheid, en daarmee zijn geluk, nastreven”, aldus Sanders.  Er zitten echter wel spanningen in die visie, gaf hij toe. “Iemand moet cocaïne kunnen gebruiken. Maar sommigen moet je daartegen beschermen. Iemand die een goede opleiding heeft gehad en die weet wat hij doet, bij zo iemand moet de overheid bij drugsgebruik niet ingrijpen.” Volop genieten van je vrijheid, je kunt er anderen mee schaden, het is bekend. Waar ligt de grens? Sanders: “Je kunt zeggen dat Mills ideeën geschikt zijn voor welbeschaafde, rationele mensen die hun vrijheid aan kunnen.” 
 
Of het kapitalisme een ultieme vorm van vrijheid is, was daarna een vraag. Je hebt immers de vrijheid te kopen wat je wilt. “Ik ben geen econoom”, aldus Sanders. “Maar ik denk dat ze in communistische landen, die er niet zoveel meer zijn overigens, zouden dromen van de huidige crisis. Dat soort landen zijn voortdurend in crisis. Voor ons is dit trouwens een luxe crisis. Een crisis als deze kun je een keer verwachten. We zitten namelijk in een systeem dat geleid wordt door winstmaximalisatie. Een terugval, die we momenteel met z'n allen ervaren, is gezond. Alle hens aan dek is nodig om ons hieruit te trekken.” 
 
Het kwam vervolgens, in relatie hiermee, op arbeid. “Arbeid is belangrijk”, meende Sanders. “Je moet werken om te leven. Ik heb leuk werk, ik geniet daarvan. Als je geestdodend werk doet is het wat anders natuurlijk. Ik vind werken geen straf. Het is zingeving. Ik vind vrije tijd zelfs verschrikkelijk. Nee, laat mij maar werken. Vakantie hebben vind ik een straf, kun je nagaan!”.

Catalogus

In de catalogus van de Plusbibliotheken vindt u een enorme collectie (populair) wetenschappelijke boeken en artikelen.

U kunt gevonden media zelf aanvragen en afhalen in uw eigen bibliotheek.

Videoverslag Kenniscafé april

Bekijk dit filmpje in groot formaat op Vimeo.