Ecologische veerkracht

  1. Home
  2. /Watermanagement
  3. /Introductie
  4. /Ecologische veerkracht
Naast al deze rivieraanpassingen werd ook het overig deel van het stroomgebied ingrijpend veranderd volgens het traditionele denken. Zowel in het landelijke als in het stedelijke gebied was het watermanagement er op gericht om water zo snel mogelijk af te voeren. Kronkelende beekjes in het boerenlandschap moesten plaats maken voor rechte afvoersloten en in de stad werd het regenwater van daken en wegen rechtstreeks in het riool geleid.
Door al deze veranderingen verdween de hydrologische en ecologische veerkracht van het stroomgebied. Dat wil zeggen dat het landschap niet langer meer in staat was om een teveel aan water op te slaan en dat weer langzaam af te geven tijdens perioden van droogte (sponswerking). Perioden met heftige neerslag mondde uit in extreem hoge waterafvoeren die veel sneller dan voorheen de steden langs de benedenloop van de Rijn in Duitsland en Nederland bedreigde.

Met de verschillende rivieraanpassingen en het verdwijnen van de wetlands verdwenen ook veel planten en diersoorten en werd de overgebleven natuur kwetsbaarder (vermindering ecologische veerkracht). Ten onrechte wordt vaak aangenomen dat de vervuiling van de Rijn in de jaren zestig de oorzaak is van het verdwijnen van de zalm. Het zijn juist de technische maatregelen geweest die een einde maakte aan geschikte paaiplaatsen voor salmonide vis en dus de zalm grotendeels deed verdwijnen uit het Rijnstroomgebied. De vervuiling van de jaren zestig was min of min de doodsteek voor de resterende zalm populaties.
Naast de zalm zijn er veel meer vissen en andere waterdieren die voor het voltooien van hun levenscyclus een open verbinding tussen zee en de rivier nodig hebben. Bij de afsluiting van de estuaria in het westen en het noorden van Nederland verdwenen deze soorten grotendeels. Een ander verschijnsel gekoppeld aan de afsluitingen is de opeenhoping van voedingsstoffen die door de landbouw in het oppervlaktewater terechtkomt. Met name het Volkerak-Zoommeer heeft regelmatig te lijden van de blauwalgen en botulisme. Vooral bij warm weer is het water daardoor voor mens en dier ongeschikt.

Herstel van het rivierecosysteem en de stroomgebiedsbenadering
Het internationale milieubewustzijn kwam pas op gang toen de zoutlozingen uit de Franse kalimijnen de kwaliteit van het water in Nederland bedreigde. Er werd een internationale Rijn commissie in het leven geroepen met als taak de kwaliteit van het Rijnwater te verbeteren. De Internationale Commissie ter Bescherming van de Rijn (ICBR) werd op 11 juli 1950 opgericht en is één van de oudste riviercommissies van de wereld. Zwitserland, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg en Nederland (later ook de EU) bogen zich gezamenlijk over de eerste problemen. De ICBR ging onderzoeken hoe de verontreiniging van de Rijn in het algemeen bestreden kon worden. Hier en daar werd het water al gezuiverd maar er bestonden nog
geen internationale afspraken. Steden loosden nog steeds hun rioolwater rechtstreeks in de Rijn en ook in de industrie werd afvalwater nauwelijks gezuiverd.

De ICBR begon met een gezamenlijk meetprogramma in het stroomgebied van de Rijn waarbij alle betrokken landen dezelfde analysemethodes hanteerden. Pas in de jaren zeventig zijn voor het eerst internationale afspraken gemaakt om de waterkwaliteit te verbeteren. In Nederland resulteerde dat in de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren.

Zuiver water alléén is niet voldoende om planten en dieren weer terug te krijgen. Ook de aanwezigheid verschillende leefmilieus zoals wetlands, zacht –en hardhout ooibossen zijn daar voor nodig (ecologische infrastructuur). Het herstel van deze ecologische infrastructuur kwam in het Rijnstroomgebied pas goed op gang na de brand op het terrein van het chemische bedrijf Sandoz (1986) waarbij grote hoeveelheden gif met het bluswater in de Rijn stroomde en tot in Rotterdam al het leven in de rivier wegvaagde. Het publiek was ontzet over de gevolgen van de ramp en er werd ad hoc een internationale ministersconferentie georganiseerd. Nederland heeft daarvoor het initiatief genomen. Met de slogan “de zalm terug in de Rijn” werd een nieuw tijdperk ingeluid van maatregelen die naast waterkwaliteitsverbetering en rampenbestrijding ook de ecologische infrastructuur zou verbeteren.

In 2001 heeft ICBR een nieuw programma opgesteld met de titel “Rijn 2020“. Dit programma loopt qua inhoud parallel met de Nederlandse nieuwe visie op het waterbeheer (Waterbeleid 21e eeuw). Het “Rijn 2020” programma legt het zwaartepunt bij ecologie, natuurbescherming, hoogwaterbescherming en grondwaterbescherming. Voorts dient de waterkwaliteit verder te worden bewaakt en verbeterd. In januari 2001 hebben de Rijnministers dit programma voor de duurzame ontwikkeling van de Rijn aangenomen. Het zal de beleidsdoelen vanuit de EU-Kaderrichtlijn Water (KRW) en het vergelijkbare Zwitserse waterbeleid in het stroomgebied van de Rijn implementeren. Om de doelstellingen en visies te realiseren, noemt het programma “Rijn 2020” talrijke concrete acties – met precieze vermelding van gebieden en deadlines.

Lees verder: Modern watermanagement